Rapportcijfers 2021: INEOS Grenadiers

Rapportcijfers 2021: INEOS Grenadiers

foto: Cor Vos

donderdag 2 december 2021 om 19:00

Nu het wielerseizoen 2021 er definitief op zit, kunnen we de balans opmaken. In een nieuwe rubriek legt WielerFlitsde WorldTour-teams langs de meetlat, van het laagste geklasseerde team op de UCI Ranking naar het hoogste. De op een na hoogstgeplaatste ploeg op deze ranglijst is de meest kapitaalkrachtige: INEOS Grenadiers.

Doelen 2021
INEOS Grenadiers heeft met een budget van 50,1 miljoen euro financieel een straatlengte voorsprong op de concurrentie in de WorldTour. De Britse sterrenploeg zet daarmee toch slechts doelbewust in op één aspect. Het zwaartepunt voor de mannen van teammanager Sir David Brailsford ligt namelijk bij de rittenkoersen, met een grote focus op de grote rondes en de Tour de France in het bijzonder. Dit jaar was dat een beetje anders, omdat kopstuk Egan Bernal werd ingezet voor een eindzege in de Giro d’Italia.

Met een collectief sterke selectie wilden ze het Tadej Pogačar en Primož Roglič moeilijk maken in de Tour, waarna Adam Yates zijn kans zou mogen gaan in de Vuelta a España. De klassiekers waren een ondergeschikt doel aan de rittenkoersen, al hoopte de ploegleiding in die wedstrijden wel op een aantal bevliegingen. Absolute kopstukken voor die klassiekers leken ze op voorhand niet te hebben. Datzelfde gold voor een topper voor de massasprints.

Klassiekers: 7
Voor een ploeg die niet extreem veel waarde hecht aan het klassieke voorjaar, deed INEOS Grenadiers het toch behoorlijk goed. Dat was mede te danken aan de razendsnelle ontwikkeling van groeibriljant Tom Pidcock. De jonge Brit werd slechts heel nipt tweede in de Amstel Gold Race en drie dagen later eindigde hij op de Muur van Huy als zesde tijdens de Waalse Pijl. Hij werd ook vijfde in Strade Bianche, maar daar was het niemand minder dan Egan Arley Bernal die namens de ploeg de finale kleurde met Mathieu van der Poel en Julian Alaphilippe. De Colombiaan eindigde als derde op het Piazza del Campo in Siena.

Maar noch Bernal, noch Pidcock was in die periode de beste renner voor de Britten. Vooral Dylan van Baarle maakte indruk. Na een zevende plek in de E3 Saxo Bank Classic maakte hij vooral indruk in Gent-Wevelgem. Hij miste weliswaar de eerste waaier, maar toonde zich daarachter de sterkste door als achtste te eindigen. Zijn solo in Dwars door Vlaanderen drie dagen later was dan ook geen verrassing; de Nederlander won soeverein. In de Ronde van Vlaanderen moest hij daarna wel genoegen nemen met plek tien. Gianni Moscon en Adam Yates zorgen in de twee najaarsmonumenten ook nog voor twee topresultaten in respectievelijk Parijs-Roubaix (vierde) en de Ronde van Lombardije (derde).

Voor een ploeg die niet al te veel waarde hecht aan de klassiekers, zijn een zege in Dwars Door Vlaanderen, een tweede plek in de Amstel Gold Race, derde plekken in de Ronde van Lombardije en Strade Bianche en een vierde plaats in Parijs-Roubaix, iets om mee thuis te komen. Gemiddeld genomen een 7,4, maar afgerond is dat een zeven.

Grote rondes: 6
De Britse miljoenenploeg trok naar de Giro d’Italia met de missie om de Trofeo Senza Fine naar Milaan te brengen. Er werd meteen goed beginnen met een tijdritzege van wereldkampioen Filippo Ganna en al snel meldde kopman Egan Bernal zich op de voorposten in het klassement. Na zijn zege op de gravelstroken van Campo Felice, nam hij de leiderstrui in bezit. Die stond de Colombiaan vervolgens niet meer af. In het roze zegevierde hij ook nog bovenop Cortina d’Ampezzo. Een dag later leek hij dat te moeten bekopen met een slechte dag, maar superknecht Daniel Felipe Martínez spoorde hem aan en hielp Bernal.

De Zuid-Amerikanen beperkte uiteindelijk het verlies, waarna de kopman in de laatste bergetappe ook een ultieme poging van Damiano Caruso in de kiem smoorde. Martínez werd als adjudant bovendien zelf vijfde in het eindklassement en de slottijdrit viel dan opnieuw te beurt aan Ganna. Een veel betere score was er in Italië haast niet mogelijk.

Dat was anders in de Tour de France. Verzachtende omstandigheid is wel dat mede-kopman Geraint Thomas door een harde valpartij op de derde dag nooit meer op topniveau terugkeerde. Richard Carapaz toonde vechtlust, maar kon uiteindelijk ook geen vuist ballen. De Ecuadoraan werd wel derde in het eindklassement en stond zodoende op het podium in Parijs. Maar naast twee derde plaatsen van Carapaz in de bergen, kwam INEOS Grenadiers nooit in de buurt van een ritzege.

Van hetzelfde laken een pak in de Vuelta a España. Daar trok de ploeg naartoe met Adam Yates, Bernal én Carapaz. Verschillende renners eindigden in acht etappes op de plekken drie tot en met vijf, maar winnen was er niet bij. Olympisch kampioen Carapaz bleek te vermoeid om een rol te kunnen spelen en ook Bernal haalde niet zijn beste niveau. Yates kwam niet verder dan een vierde plek, net buiten het podium.

Voor een ploeg waarvoor de grote rondes zo belangrijk zijn, waren ze in de Tour vrij onzichtbaar. Een podiumplek is mooi, maar na het uitvallen van Primož Roglič hadden ze met de sterke ploeg die was opgesteld – met ook nog Tao Geoghegan Hart en Richie Porte – toch minimaal een tweede plek uit de brand moeten slepen. In de Vuelta kwam het collectief iets sterker voor de dag, maar ontbrak het vuurwerk ook.

De Giro was uiteraard heel sterk, maar mag dat als het budget bijna twee keer zo groot is als de eerstvolgende WorldTour-ploeg? Daarom komt INEOS Grenadiers op dit vlak niet verder dan een zes.

Overige wedstrijden: 8
Omdat de Britten zich voornamelijk toespitsen op rittenkoersen, weegt dat zwaar mee in dit oordeel. Als we kijken naar de WorldTour-wedstrijden naast de grote rondes, dan kan je stellen dat ze het daar goed gedaan hebben. De Ronde van Catalonië (Adam Yates), de Ronde van Romandië (Geraint Thomas), het Critérium du Dauphiné (Richie Porte) en de Ronde van Zwitserland (Richard Carapaz) werden gewonnen door een renner van INEOS Grenadiers, met in al die wedstrijden ook een of twee (alleen in Catalonië) ritzeges.

Ook in de andere WorldTour-etappewedstrijden waren ze er dichtbij. Zo werd Yates tweede en vierde in respectievelijk de UAE Tour en de Ronde van het Baskenland, eindigde Egan Bernal als vierde in Tirreno-Adriatico en finishte Michał Kwiatkowski als derde in eigen land tijdens de Ronde van Polen. Op een lager niveau baarde vooral tweedejaarsprof Ethan Hayter opzien. Hij won de Tour of Norway en werd tweede in zowel de Tour of Britain en de Volta ao Algarve. Kwiatkowski eindigde daarnaast als tweede in de Ster van Bèsseges, en Iván Ramiro Sosa won de Tour de la Provence vóór wereldkampioen Julian Alaphilippe en Bernal.

In totaal boekte INEOS Grenadiers 35 overwinningen, waarmee ze na Deceuninck-Quick-Step en umbo-Visma de meeste zeges boekten dit kalenderjaar. Met hun budget mag dat ook wel, maar we moeten er wel de kanttekening bij zetten dat er geen sprinters in de ploeg zitten. Wat ook opvallend is: naast de zege van Dylan van Baarle in Dwars door Vlaanderen, won de Britse ploeg slechts twee andere eendagskoersen. Gianni Moscon was de beste in de GP di Lugano en Tom Pidcock won op sterke wijze de Brabantse Pijl, nadat hij eerder ook al als derde finishte in Kuurne-Brussel-Kuurne. Al bij al toch een acht.

Eindcijfer: 7
Ondanks ruime voldoende voor de overige wedstrijden en de zeven op de klassiekers, schoot INEOS Grenadiers toch te kort in de grote rondes. En dat is voor hen toch het belangrijkste aspect. Het leidt tot een eindcijfer van een zeven, ondanks dat de Giro d’Italia werd gewonnen. Juist omdat het budget – dat in tegenstelling tot bijna alle andere teams wél openbaar is – van Brailsford dermate astronomisch is in vergelijking met andere teams, telt dat mee in de beoordeling. Natuurlijk was het seizoen verre van slecht, maar voor dit sterrenessemble ligt de lat nu eenmaal veel hoger. Toch blijkt maar weer dat goede resultaten niet te koop zijn.

Vooral het kleurloze optreden in de Tour zal de ploegleiding niet tevreden stemmen, ook al sprak een van de ploegleiders onlangs over het beste jaar in de geschiedenis van de ploeg. Alles leuk en aardig, maar gezien de status en het verleden van de ploeg, hoort daar nu eenmaal een overwinning in de Tour bij. Positieve lichtpunten: toptalenten van Britse bodem, Ethan Hayter en Tom Pidcock.


In de rubriek Rapportcijfers 2021 geven we alle WorldTour-ploegen, de Belgische ProTeams en de Nederlandse Continental-teams rapportcijfers op basis van hun seizoen. We werken de UCI Team Ranking van beneden naar boven af, gevolgd door de ProTeams en op onze Continental-feed sluiten we af met de Nederlandse ploegen. Ieder team beoordelen we op interpretatie. Dat wil zeggen: een zesde plaats in het eindklassement van de Tour de France is voor de ene ploeg een daverend succes en voor de ander een fikse teleurstelling.

We beoordelen teams op basis van de klassiekers, de grote rondes en de overige koersen. Onder de klassiekers verstaan we de volgende voorjaarskoersen: Omloop Het Nieuwsblad, Strade Bianche, Milaan-San Remo, E3 Saxo Bank Classic, Dwars Door Vlaanderen, Gent-Wevelgem, Ronde van Vlaanderen, Amstel Gold Race, Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. Daarbij aangevuld met in het najaar Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije. De grote rondes spreken voor zich, waardoor alle andere koersen vallen onder overige wedstrijden. Een team krijgt drie cijfers.

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

Populair

Headlines

Materiaalzone