Jarno Widar blijft bescheiden voor eerste profjaar: “Wie zegt dat ik een ronderenner word?”
Interview Een gesprek met Jarno Widar staat altijd bol van de nuchterheid, en dat was op de persdag van Lotto-Intermarché in Temse niet anders. Het 20-jarige toptalent begint over een maand aan zijn eerste volledige seizoen bij de profs, waarin meteen grote wedstrijden als de Strade Bianche, Luik-Bastenaken-Luik en de Vuelta op de planning staan. Enerzijds stelt hij zichzelf wel doelen, maar Widar waakt er ook voor om te hard van stapel te lopen.
Als je als Belgische renner bovengemiddeld in de jeugdcategorieën presteert, gaat dat vaak gepaard met een torenhoog verwachtingspatroon bij de stap naar de profs. Dat is bij Widar niet anders na twee uiterst succesvolle beloftejaren. De Giro Next Gen, Luik-Bastenaken-Luik en het Europees kampioenschap op de weg kwamen op zijn palmares, maar de grootste indruk maakte hij misschien wel door het Franse goudhaantje Paul Seixas tot twee keer toe te verslaan tijdens de Tour de l’Avenir.
“Maar eigenlijk snap ik niet waarom iedereen nu zo veel van mij verwacht”, aldus Widar aan onze website. “Wedstrijden bij de beloften zijn maximaal een week lang, daar kan je geen conclusies uit trekken. Ik begin dit jaar aan een volledig nieuw hoofdstuk van mijn carrière bij de profs. Alles wat ik bij de beloften heb gepresteerd, is niets meer waard. Naar mijn gevoel begin ik bij de profs terug van nul.”
Dat hij de Belgische hoop voor de grote rondes zou zijn, veegt Widar ook meteen van tafel. “Dat is wat iedereen van mij verwacht, als ik de kranten een beetje lees. Ik schrijf de artikels natuurlijk niet. Maar je moet weten dat ik veel meer van de Waalse klassiekers hou. De Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik, dat zijn de koersen waar ik het liefste in zou uitblinken en die ik graag doe. Maar ik weet niet of dat ooit gaat lukken.”

De Lie en Berckmoes naast Widar – foto: Fotopersburo Cor Vos
Wat verwacht je dan van je eerste profjaar?
“Eerlijk gezegd niet te veel. Ik ga mijn best proberen te doen en het seizoen veilig proberen door te komen. Dat is het belangrijkste. Kort gezegd hoop ik dat ik een goed seizoen kan draaien als eerstejaarsprof en dan zien we vanzelf wel hoe het gaat. Momenteel gaat alles wel vlot. Ik ben heel blij met hoe de winter is verlopen, dus we zullen zien wat dat geeft binnen een paar weken.”
Datzelfde voorzichtige geluid horen we bij de ploegleiding van Lotto-Intermarché. Communiceren ze die geduldige aanpak ook zo naar jou?
“Ik denk dat ze ergens sowieso ergens wel bepaalde verwachtingen hebben van mij. Maar dat ze dat niet luidop gaan zeggen tegen mij. We worden betaald als profrenner, dat gaat sowieso gepaard met bepaalde verwachtingen. Maar ook persoonlijke doelen heb ik altijd in mijn hoofd. Anders sta je zinloos in het leven. Alleen geef ik die doelen liever nog niet prijs.”
Je programma met heel veel WorldTour-koersen is wel pittig. Heb je daar bewust op gehamerd?
“Ik ben profrenner geworden voor een reden. Als ik nog een jaar langer in 1.1-koersen wilde rijden, kon ik even goed nog een jaar bij het Development Team blijven.”
Volgens Lennert Van Eetvelt breng je hem en de ploeg naar een hoger niveau, door veel op details te hameren. Hoe gaat dat in zijn werk?
“Lennert en ik zijn allebei ‘weight weenies’ (renners die extreem gefocust zijn op het minimaliseren van het gewicht van hun fiets, red.). Wij proberen heel hard te pushen voor details. Nu we met twee klimmers zijn, gaat dat veel rapper. Dat is heel belangrijk voor mij. Ik denk dat ik en Lennert een heel goed team zijn.”

Widar op trainingsstage – foto: Fotopersburo Cor Vos
Jij ziet hem niet als een concurrent?
“Helemaal niet. Ik heb veel trainingsritten met Lennert gedaan op trainingskamp. We proberen elkaar te helpen. Dat is ons doel, ook als we samen koersen. Als hij zich minder voelt, zal hij werken voor mij. En als ik me minder voel, ga ik dat voor hem doen. Je mag niet egoïstisch zijn als renner, maar altijd eerlijk. Alleen dan kun je gaan voor het beste resultaat voor de ploeg.”
Wordt het wennen om een leidersrol op jou te nemen in de profploeg?
“Niet per sé. Bij de beloften, in een ander hoofdstuk van mijn carrière, was de rolverdeling in de ploeg altijd duidelijk. Ik wist wat ik moest zeggen tegen de ploegmaten en kon hen de juiste aansturing geven. Dat moet ook nu wel lukken.”
Met de Vuelta wacht ook je eerste grote ronde. Hoe ga je je daarop voorbereiden?
“Na het voorjaar neem ik even pauze en dan volgt er een eerste hoogtestage in mei. In juni wacht de Ronde van Zwitserland, voor ik in juli opnieuw op hoogtestage vertrek. Via de Ronde van Burgos en de Clasica San Sebastian gaat het dan, als alles goed gaat, naar de Vuelta.”
Hoeveel zin heb je erin?
“Heel veel. Mijn grote droom komt nu uit. Waar ik vroeger als klein jongetje van droomde, is gebeurd nu ik de stap naar de profrenners zet. Het is een kinderdroom die uitkomt. Niet veel mensen kunnen dat zeggen. Wat er nu bijkomt, is extra. Niets moet meer.”
Om te reageren moet je ingelogd zijn.