Alec Segaert zoekt kompanen om aan te vallen in Giro: “Sommigen proberen het te weinig”
Foto: Fotopersburo Cor Vos
Niels Bastiaens
dinsdag 12 mei 2026 om 10:30

Alec Segaert zoekt kompanen om aan te vallen in Giro: “Sommigen proberen het te weinig”

Interview Na een doorbraakwaardig klassiek voorjaar zien we de 23-jarige Alec Segaert de komende weken aan het werk in de Giro d’Italia. Waar de meeste Belgen dit jaar in dienst moeten rijden, zitten er voor Segaert in zijn eerste ronde voor Bahrain Victorious ook enkele kansen voor zichzelf in. In aanloop naar de Giro, spreken we met Segaert over zijn grote stap én de drie weken door Italië.

‘Een examen’, noemt ex-bondscoach José De Cauwer de Giro voor Segaert in zijn analyse bij Sporza. Ook in de WielerFlits Podcast sprongen we gretig op de ‘hypetrain’ rond de Oost-Vlaming. Het is een gevolg van een ijzersterk voorjaar, waarin Segaert bijna Nokere Koerse won, een dag later in de GP Denain zijn eerste klassieker op zijn naam schreef en zelfs in de monumenten top 15 reed. Onderweg naar Wevelgem ging hij bovendien erg lang mee met toppers Wout van Aert en Mathieu van der Poel.

Je hebt harten gestolen dit voorjaar, Alec.
“Dat heb ik de voorbije weken al vaker gehoord, met name door mijn aanvallende manier van koersen. Maar uiteindelijk is dat ook het recept waarmee ik koersen moet winnen. Er zijn veel rappe mannen die kunnen wachten op een sprint. Dat kan ik met mijn capaciteiten gewoon niet. Alleen: tot mijn verbazing zijn er nogal veel types zoals ik die het veel te weinig proberen, waardoor de focus nu een beetje op mij lag.”

Met andere woorden: jij zou graag een andere rijstijl in het profpeloton zien?
“Misschien wel, ja. Er zijn veel ploegen die de koers gewoon ondergaan, zonder alle mogelijkheden te onderzoeken. Dat vind ik jammer in het moderne wielrennen. Soms denken teams: wij hebben iemand die top 5 kan sprinten, daar gaan we vol voor. Ik zou liever zien dat aanvallers vaker hun kaarten voor de zege kunnen en mogen uitspelen. Dat is voor de kijker plezanter, maar ook voor onszelf.”

Is dat ook omdat jij altijd voor de zege wil rijden?
“Dat hangt er natuurlijk vanaf wat haalbaar is. Je gaat altijd voor het hoogst haalbare als coureur, in mijn opinie. Als ik start in de Ronde van Vlaanderen, is dat met de gedachte dat top vijf quasi onmogelijk is. Top 10 zou dan heel mooi zijn, dus dan koers je daarvoor. Maar in veel andere koersen probeer ik uiteraard gewoon om te winnen, daar draait het wel om.”

Segaert in de aanval met de Grote Twee in In Flanders Fields – foto: Fotopersburo Cor Vos

Moet je om vaker te winnen die explosiviteit naar boven krijgen?
“Ja, sowieso, daarmee win je koersen. Als ik daar nog wat kan bijwinnen, is dat altijd mooi meegenomen om – zelfs in een sprint met twee – meer kans te hebben. Dat blijft een werkpunt. Zeker richting het voorjaar van volgend jaar. In die periode van het seizoen probeer ik altijd zo explosief mogelijk te zijn, in de mate dat het kan voor mij. In deel twee van het seizoen gaat de focus naar de tijdritten en rondjes van een week.”

Hoe verklaar je zelf dat je zo sterk rondrijdt? Je hebt duidelijk een stap gezet.
“Het is niet zo dat ik gigantisch veel beter ben dan vorig jaar. Zeker qua waarden is het niet dat ik zotte dingen gedaan heb. Het is eerder het gevolg van nog een extra jaartje al die klassiekers gereden te hebben. Je weet waar het gaat gebeuren. Ik denk vooral dat ik tactisch sterker gereden heb, om dan in de finale ook nog frisser te zitten. En ja, koerssituaties moeten soms ook meezitten. Het hangt soms van kleine dingen af.”

Zit je transfer naar Bahrain Victorious er voor iets tussen?
“Het is meer een logische evolutie. Ik heb bij Lotto een geleidelijke overgang naar de profs gehad in een aangename omgeving. Maar vorig jaar was het een onzekere situatie met de sponsorzoektocht, en dan heb ik gekeken in welke ploeg ik mij het beste zou voelen en waar ik de meeste kansen zou krijgen met mijn profiel. Het voelde voor mij als het juiste moment om een volgende stap te nemen. Dat is goed uitgepakt, kunnen we nu wel stellen. Maar ik weet niet of er echt een correlatie is met mijn overstap naar de ploeg.”

Je bent nu wel herenigd met je broer en trainer Loïc.
“Dat is waar. Ik moet er niet flauw over doen dat ik dat heel plezant vind. In deze ploeg is de trainer je grootste aanspreekpunt en de link met de ploegleiders en de mecaniciens. Vaak verloopt het contact eerst met de trainer, omdat die het dichtste bij de renner staat. Voor mij is het heel gemakkelijk om dat met Loïc af te lossen. Hij heeft me ook op voorhand verzekerd dat ik goed in de ploeg zou passen.”

Wat zegt deze stap voor je toekomst in de koersen van je dromen?
“Ik hoop dat ik verder blijf groeien zoals ik nu gegroeid ben. En dat ik op die korte hellingen beter word. Op die manier hoop ik mee te zijn met de juiste groep, of meer energie te sparen om fris in de finale te komen. In de Ronde van Vlaanderen dit jaar, wat ik voor mezelf misschien als een te lastig parcours had ingeschat, heb ik uiteindelijk echt goed gepresteerd. Dat heeft me zelf een beetje verbaasd. Die lijn wil ik doortrekken.”

Segaert aan het feest in de GP Denain – foto: Fotopersburo Cor Vos

Ook in de Giro d’Italia, dus?
“Ik zie tal van ritten waar er mogelijkheden liggen om via de vroege vlucht een resultaat neer te zetten. Maar ik denk ook dat de tijdrit over 42 kilometer een goede test wordt. Het wordt mijn eerste tijdrit bij de ploeg op het nieuwe materiaal. Mijn doel is om daar een goed gevoel aan over te houden, met het oog op het Belgisch kampioenschap.”

Naar wat voor ritten kijk je voor een eigen resultaat? De meer geaccidenteerde, of zelfs de sprintersetappes via een vlucht of late uitval?
“Dat kan beide zijn. Als er meteen drie man wegrijdt, dan weet je dat dat vrij makkelijk te controleren is vanuit het peloton. Vaker, zeker in het tweede deel van een grote ronde, zijn er grotere vluchten die kunnen wegrijden. Dan wordt het meer een tactisch spel in de kopgroep. Ik hoef dan nog niet de allerbeste te zijn op de stukken bergop, maar als de tactiek juist is, kun je op die manier wel prijzen rijden.”

Heb je schrik om geviseerd te worden na je sterke voorjaar?
“Ja, ik heb al wel gemerkt dat ze mij in de gaten houden. Velen verwachten nu dat ik het koersverloop ga dicteren. Uiteraard hoop ik dat ik niet de enige ben die dat soort dingen probeert. Kompanen voor zo’n onderneming zijn altijd handig. En in dit peloton, wat misschien toch anders is dan in het voorjaar, zijn er in realiteit nog veel mannen die ik niet zo vaak tegenkom in koers of die ik wat minder ken. Dus we zullen zien.”

Chapeau dat je het probeert. Mannen als Mathieu van der Poel zeggen dat een grote ronde rijden als klassieke renner geen cadeau is.
“Het is een andere beleving dan eendagskoersen. Uiteraard is niet elke etappe ideaal om voor de prijzen te rijden. Voor een type als Van der Poel is koersen vaker gelijk aan winnen, dus ik kan ook wel geloven dat als ze niet 21 dagen kunnen winnen, het minder plezant is. Maar het maakt je als renner toch compleet. Om ook eens in een andere rol als knecht mijn werk te kunnen doen, vind ik uiteindelijk wel mooi.”

Doe eens een voorspelling waar je uitkomt.
“Ik hoop dat ik na de ronde kan vertellen dat ik vooral een paar keer heb kunnen meespelen voor de overwinning. Dat is uiteindelijk het plezantste aan het wielrennen. Dat houdt in dat ik een aantal keer in de vlucht ben geraakt die tot aan de finish rijdt. Een top 10 in de tijdrit zou ook mooi zijn.”

Teams Alec Segaert

JaarTeam
2028
2027
2026
2025
(PRO)
2024

Om te reageren moet je ingelogd zijn.