Fleur Moors heeft geen illusies voor Giro d’Italia 2026: “Mijn ding doen voor klassementsdames”
Na tweede plekken in de GP Oetingen en In Flanders Fields, alsmede een vijfde plek in de Brabantse Pijl geldt Fleur Moors als een van de revelaties van het klassieke voorjaar. De 20-jarige Belgische maakt zich intussen op voor de Giro d’Italia Women 2026. Haar tweede deelname, want vorig jaar brak ze in de vijfde etappe haar pols. Bij Het Nieuwsblad blikt ze nu vooruit.
Zelf was Moors wel verbaasd over haar klassiekercampagne en vooral blij verrast over hoeveel aandacht er voor haar prestaties was. “Mijn voorjaar was goed, maar het is nu ook niet zo dat mijn resultaten zo wauw waren. Al is het wel leuk om vast te stellen dat het vrouwenwielrennen echt leeft en dat er steeds meer media-aandacht voor is. Zo maakt men tegenwoordig ook ruimte om ons voorjaar onder het vergrootglas te leggen.”
Met vijf sprintkansen, een klimtijdrit en twee bergetappes zijn de Giro-ritten niet echt spek naar de bek voor Moors. “Aangezien ik een ondersteunende rol krijg tijdens de Giro zal ik die tijdrit allicht zo spaarzaam mogelijk trachten af te werken. Binnen tijd aankomen en voorts zo min mogelijk energie verspillen, zodat ik de daaropvolgende dagen mijn ding kan doen voor onze twee klassementsdames Niamh Fisher-Black en Isabella Holmgren. Bij de sprints trekken we dan weer de kaart van Elisa Balsamo.
Warmtetraining
In aanloop naar de Giro werd de Belgische ook vierde in de Navarra Classic, waarna ze in het Baskenland bleef om te trainen. “Eenmaal thuis heb ik me toegespitst op interval- en warmtetraining, een methode die ik voor het eerst heb toegepast in aanloop naar de voorbije klassiekers. Het voordeel is dat je lichaam van een warmtetraining een soortgelijke prikkel krijgt als van een hoogtetraining.”
“Aanvankelijk deed ik mijn trainingen waarna ik in de sauna kroop. Maar omdat ik thuis geen sauna heb, ga ik na mijn training nog een uurtje op de rollen of de weg rijden met heel wat kledinglagen aan. Het is echt geen gezicht. Ondanks die warme temperaturen van de laatste dagen in België zag je me zweten terwijl ik een dikke winterjas, lange broek, muts en handschoenen droeg”, lacht Moors honderduit.

Moors in de Brabantse Pijl – foto: fotopersburo Cor Vos
Groene trui
Enkele jaren terug hoopte Moors zich te ontwikkelen tot ronderenster, maar die ambities heeft ze intussen bijgesteld. “Ik merk dat ik last heb van de hoogte en wanneer de klimmen langer zijn, begin ik toch wat te worstelen. Geef mij maar het explosieve werk. Aanvallen, herstellen, aanvallen… Op langere klimmen voel ik me niet helemaal in mijn element. Maar ik ga mijn uiterste best doen, en zorgen dat iedereen in positie zit voor de klimmen zodat onze speerpunten hun ding kunnen doen.”
Ze droomt dan ook niet van de roze trui, maar Moors heeft inmiddels wel een nieuw doel gevonden in de grote rondes voor vrouwen. “Qua leiderstrui najagen zou de groene puntentrui in de Tour de France Femmes in de toekomst een leuk doel kunnen zijn. Sprinten op het vlakke, heuvels en middengebergte overleven. Kortom, voor we zover zijn, rest me nog heel wat werk.

Om te reageren moet je ingelogd zijn.