De mooiste monumentale klassieker van 2019

Door , dinsdag 17 december 2019 om 20:25
De mooiste monumentale klassieker van 2019

foto: Cor Vos

In de maand december blikt WielerFlits traditioneel terug op het afgelopen wielerseizoen met de reeks Eindejaarslijstjes. Wat waren de hoogte- en dieptepunten van 2019 en welke renners verdienen nog een eervolle vermelding? Iedere werkdag is er een nieuwe lijst met bijbehorende poll. Vandaag staat centraal: de mooiste monumentale klassieker van 2019.

De harten van Egan Bernal, Tom Dumoulin en Steven Kruijswijk gaan sneller kloppen bij het noemen van de Giro d’Italia, Tour de France en Vuelta a España. Als ronderenners kicken ze op drie weken afzien, maar er zijn ook veel coureurs die zich richten op die ene dag waarop het moet gebeuren, in een Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix of Ronde van Lombardije. De sterke sprinters, Flandriens en heuvelpuncheurs kijken vooral uit naar de vijf wielermonumenten, al is een zege in Omloop Het Nieuwsblad, Strade Bianche of Clásica San Sebastián ook mooi meegenomen.

Vandaag blikken we terug op de vijf belangrijkste klassiekers van 2019. En dan hebben we het uiteraard over San Remo, Roubaix en Lombardije, maar ook over de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik. Nee, we vragen niet naar de vijf winnaars, maar wel wat nu eigenlijk de mooiste monumentale klassieker van het afgelopen wielerjaar was. Denk aan de razende finale in La Primavera, de verrassende ontknoping in Vlaanderens Mooiste, de emotionele overwinning van een oude vos in de Helleklassieker, de Deense verlossing in La Doyenne of de Nederlandse bekroning in Il Lombardia.

Eerdere winnaars
2018: Geen verkiezing
2017: flag-be Ronde van Vlaanderen
2016: flag-fr Parijs-Roubaix


flag-it Milaan-San Remo

foto: Cor Vos

Razendsnel: zo kun je de finale van de 110e editie van Milaan-San Remo het best omschrijven. Julian Alaphilippe, Oliver Naesen, Michał Kwiatkowski, Peter Sagan, Alejandro Valverde, Matteo Trentin en Wout van Aert reden de wereldberoemde Poggio op. Dat deden ze in vijf minuten en vijftig seconden, de op één na snelste tijd ooit. De zeven waren bijna net zo snel als Laurent Jalabert en Maurizio Fondriest, die in 1995 vier seconden rapper waren. Ja, toen zelfs niet zo getalenteerde profs door de geluidsbarrière reden. Maar genoeg over de jaren negentig, we gaan terug naar 23 maart 2019, de dag van ‘La Primavera’.

We begonnen met elf wereldtoppers (titelverdediger Vincenzo Nibali, diens ploeggenoot Matej Mohorič, Simon Clarke en Tom Dumoulin wisten in de laatste kilometers nog aan te sluiten, red.) aan de absolute slotfase van Milaan-San Remo, maar het begon allemaal met de start in Milaan. In de beginuren van de koers reden elf renners voorop, opvallend was de aanwezigheid van maar liefst vier renners van Novo Nordisk. Het peloton liet al vrij snel begaan, waardoor de kopgroep meer dan tien minuten cadeau kreeg. Het grote wachten was op de Tre Capi: de Capo Mele, Capo Cervo en de Capo Berta, op goed vijftig kilometer van de streep.

Vooraan bleek Fausto Masnada over de beste klimmersbenen te beschikken. De rasaanvaller van Androni Giocattoli-Sidermec reed weg van zijn medevluchters, maar Masnada werd al voor de voet van de Cipressa opgeslokt. Op die wereldberoemde helling werden de eerste sprinters gelost, al bleef het echte vuurwerk tussen de favorieten uit. We zagen nog wel een bij momenten hallucinante afdaling van thuisrijder Niccoló Bonifazio, maar de rappe man van Total Direct Energie bleek niet sterk genoeg om een serieuze solo op poten te zetten. Het was dan ook wachten op de Poggio, de traditionele scherprechter van Milaan-San Remo.

foto: Cor Vos

Bij het opdraaien van de Poggio nam Deceuninck-Quick-Step de koers in handen voor topfavoriet Julian Alaphilippe en sprinter Elia Viviani. De Belgische sterrenformatie gaf er een fameuze snok aan, maar het was Alberto Bettiol die als eerste de knuppel in het hoenderhok gooide. De versnelling van de Italiaanse puncheur (hij komt nog uitgebreid aan bod, red.) bleek te machtig voor Italiaans kampioen Viviani, maar Alaphilippe was vrijwel meteen mee, samen met Valverde, Sagan, Trentin, Kwiatkowski, Naesen en de oersterke Van Aert. Het bleek een eerste beslissing, want dit elitegroepje mocht gaan sprinten om de overwinning.

Europees kampioen Trentin probeerde de tegenstand nog te verrassen met een aanval in de laatste kilometer, maar de Italiaan kreeg te weinig ruimte om ook écht weg te rijden. Het was Mohorič die als eerste de Via Roma opdraaide, maar enkele honderden meters later was het Alaphilippe die zegevierde. Voor de Fransman was het de kroon op een ijzersterk voorjaar, na een eerdere zege in Strade Bianche. Een beresterke Naesen was de verrassende nummer twee, voor Kwiatkowski en een ontgoochelde Sagan, die nóg een jaar langer moet wachten op een eerste zege in San Remo. Ook het vermelden waard: Van Aert luisterde zijn debuut op met een zesde plek.


flag-be Ronde van Vlaanderen

foto: Cor Vos

Wat is de overeenkomst tussen Johan Lammerts, Jacky Durand, Gianluca Bortolami en Steffen Wesemann? Ze wonnen allemaal als outsider eens de Ronde van Vlaanderen. Net als Alberto Bettiol in de voorbije editie van Vlaanderens Mooiste. Of moeten we de overwinning van Bettiol bestempelen als een totale verrassing? De Italiaan van EF Education First had nog nooit een goede uitslag gereden in het Vlaamse wielermonument. Sterker nog, de 26-jarige Bettiol had tot 7 april 2019 nog nooit een profkoers gewonnen. Wonderbaarlijk, maar we kunnen moeilijk zeggen dat de zege van de man uit Poggibonsi onverdiend was. Nee, Alberto Bettiol was die zondag gewoon de beste.

Bettiol kwam dus als eerste over de streep in Oudenaarde, maar die ochtend stond hij als outsider aan de start van de Ronde van Vlaanderen. Hij werd tussen neus en lippen door wel eens genoemd als mogelijke verrassing, gezien zijn vierde plaats in de E3 BinckBank Classic. Dat is toch een beetje de generale repetitie voor ‘De Hoogmis’. Maar er werd toch vooral gekeken naar Zdeněk Štybar (winnaar van Omloop Het Nieuwsblad en de E3 BinckBank, red.), titelverdediger Niki Terpstra, Peter Sagan, Greg Van Avermaet, Wout van Aert en wonderkind Mathieu van der Poel. Na een lange en drukbezochte ploegenpresentatie op de Markt in Antwerpen vertrokken de renners voor 270 kilometer koers.

Vrijwel direct na het startsein kozen vier renners voor de vlucht van de dag. Jesper Asselman, Damien Touzé, Hugo Houle en Kenneth Van Rooy wisten meerdere minuten uit te lopen, maar ze werden nog voor de daadwerkelijke finale ingerekend. In het peloton reden ze gecontroleerd naar de voet van de eerste keer Oude Kwaremont, maar nog voor het opdraaien van de kasseitjes ging Terpstra onderuit. De kopman van Total Direct Energie was even buiten westen en moest worden afgevoerd naar het ziekenhuis. Exit titelverdediger. Ondanks een paar speldenprikjes van enkele outsiders, trokken we met een compact peloton naar de tweede keer Oude Kwaremont.

foto: Cor Vos

En opnieuw kwam er een Nederlandse titelkandidaat ten val: ditmaal was het nationaal kampioen Van der Poel die op de grond lag, na een verkeerd opwippertje voor een bloembak. Het zag er even slecht uit voor de grimassende Van der Poel, maar de kopman van Corendon-Circus begon al vrij snel aan een ziedende achtervolging. Toch begon hij met driekwart minuut achterstand aan de Paterberg. Dit bleek echter het moment voor MVDP om de gashendel volledig open te draaien, de ene na de andere renner in te halen en op de flanken van de Koppenberg weer aan te sluiten bij de staart van de inmiddels flink uitgedunde favorietengroep.

De favorieten waren inmiddels al een tijdje in de achtervolging op Sep Vanmarcke, revelatie Kasper Asgreen en Dylan van Baarle, die als koplopers begonnen aan de laatste veertig kilometer. In de achtergrond reden de toppers flink door, vooral op de Taaienberg, Kruisberg en Hotond, waardoor nog een twintigtal kanshebbers overbleef. Enkele belangrijke namen: Sagan, Van Avermaet, Van Aert en Van der Poel. De grote afwezige was dan weer Štybar. De Tsjechische favoriet kende duidelijk een slechte dag. Op de laatste Kwaremont werd uitgekeken naar de topfavorieten, maar het was Bettiol die als eerste versnelde.

foto: Cor Vos

De Italiaan met de bescheiden erelijst reed zonder pardon weg van de concurrentie, ging op en over de moegestreden koplopers en wist zijn voorsprong stelselmatig uit te bouwen. Op de top van de Paterberg – de laatste klim van de dag – was het verschil een vijftiental seconden, maar door getreuzel tussen de favorieten groeide de kloof naar een halve minuut. Dit bleek meer dan voldoende voor Bettiol, die zijn eerste zege uit zijn carrière boekte. En wat voor een overwinning! Het podium bestond verder uit de oersterke Asgreen, die een superrace bekroonde met een tweede plaats, en Gent-Wevelgem-winnaar Alexander Kristoff, die in de sprint net een tikkeltje sneller was dan een onvermoeibare Van der Poel.


flag-fr Parijs-Roubaix

foto: Cor Vos

Een jaar geleden had Philippe Gilbert nog maar weinig te zoeken in Parijs-Roubaix. De Waalse klassiekerspecialist stond slechts één keer eerder aan de start van de Helleklassieker. Dat was in 2007, toen hij nog reed voor Française des Jeux. Gilbert moest destijds na 259,5 kilometer stofhappen genoegen nemen met een 52e plaats, op bijna tien minuten van de toch enigszins verrassende winnaar Stuart O’Grady.

Het bleef lange tijd bij dat ene optreden, maar in 2018 besloot Gilbert – in dienst van Deceuninck-Quick-Step – om het weer eens te proberen in Noord-Frankrijk. En toegegeven, de wereldkampioen van Valkenburg sloeg ditmaal zeker geen modderfiguur. We zagen Gilbert die zondag zelfs even in de aanval, maar de Belg bleek uiteindelijk niet sterk genoeg om de betere renners te volgen, waardoor hij als vijftiende aankwam op de Vélodrome van Roubaix.

Een eerste zege in Parijs-Roubaix leek nog ver weg, maar Gilbert had de smaak duidelijk te pakken. En dus speldde hij op 14 april 2019 weer een rugnummer op voor de 117e editie van Parijs-Roubaix. De coureur van Deceuninck-Quick-Step ging zeker niet van start als topfavoriet. Gilbert was hooguit een van de vele outsiders voor die beruchte kassei. En geef de voorbeschouwers eens ongelijk, aangezien de Belg één week eerder nog ziek moest opgeven in de Ronde van Vlaanderen.

Maar Gilbert bleek op tijd hersteld voor het derde wielermonument van het jaar en koos dan ook na de bevoorrading voor de aanval. Mede door zijn aanvalsdrift ontstond een kopgroep van drie: Gilbert, Nils Politt en Rüdiger Selig. Waar de ene Belg voor het offensief koos, gingen twee andere Belgen tegen de vlakte. Favoriet Wout van Aert en outsider Tiesj Benoot raakten door materiaalproblemen achterop en probeerden met een ziedende achtervolging weer aansluiting te vinden met het (uitgedunde) peloton, toen het voor beide mannen gruwelijk mis ging. Van Aert ging na een fietswissel onderuit in een bocht, terwijl Benoot op de ploegleiderswagen van Jumbo-Visma botste.

foto: Cor Vos

Voor Benoot betekende dit een bruusk einde van een frustrerend optreden, maar Van Aert bleek uiteindelijk sterk genoeg om weer aan te sluiten bij zijn concurrenten en zelfs weg te rijden met een achtervolgend groepje. De kopman van Jumbo-Visma bleek echter zijn laatste pijlen te hebben verschoten, want op 23 kilometer van de meet – op de slecht liggende kasseien van Camphin-en-Pévèle – ging het licht plots uit. De beelden na de finish staan nog altijd op ons netvlies gebrand: een uitgeputte Van Aert stort neer op een grasveldje, nauwelijks in staat om nog een fatsoenlijke zin te formuleren. Een combinatie van vermoeidheid en pure ontgoocheling.

Gilbert had geen boodschap aan de lijdensweg van Van Aert. De Waal was bezig om zijn eerste Parijs-Roubaix te winnen. Al werd de (inmiddels) eenzame koploper nog voor Carrefour de l’Arbre ingehaald door achtervolgers Peter Sagan, Sep Vanmarcke, Yves Lampaert, de opgeslokte Politt en de eerder benoemde Van Aert. Deze nieuwe kopgroep begon niet veel later aan Carrefour de l’Arbre, maar het was Gilbert die al snel een zoveelste versnelling uit zijn benen schudde. Titelverdediger Sagan, een met pech kampende Vanmarcke en Lampaert moesten passen. Enkel de verrassend sterke Politt was in staat om het wiel te houden. Het bleek een beslissend moment in de koers.

Gilbert en Politt waren namelijk sterk genoeg om weg te rijden van hun achtervolgers, waardoor de Belg en de Duitser als eersten de wielerbaan van Roubaix opdraaiden. Onder luid gejuich van de verzamelde menigte koos de uitgekookte Gilbert voor het wiel van Politt, die vlak daarna moest reageren op de sprint van zijn rivaal. De renner van Katusha-Alpecin probeerde Gilbert op te vangen, maar bleek niet sterk genoeg om de Belg van de zege te houden. Gilbert schreeuwde het uit: de man uit Verviers won op zijn 36e toch nog Parijs-Roubaix!

foto: Cor Vos

En zo is Gilbert dicht bij het verwezenlijken van zijn Strive for Five, het winnen van de vijf monumenten. Houd de winnaar van de Ronde van Vlaanderen, Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije volgend jaar maar in de gaten tijdens Milaan-San Remo…


flag-be Luik-Bastenaken-Luik

foto: Cor Vos

Een ongeluk zit in een klein hoekje, vraag dat maar aan Jakob Fuglsang. De Deense klimmer won dit seizoen op magistrale wijze Luik-Bastenaken-Luik, maar het had zomaar anders kunnen lopen. De renner van Astana reed solo op kop, met een veilige voorsprong op de achtervolgers, toen het bijna gruwelijk mis ging in de spekgladde afdaling van de Roche-aux-Faucons. De eenzame koploper verloor de controle over zijn fiets, maakte een zwieper, maar wist op miraculeuze wijze meester te blijven van de situatie. In de resterende kilometers kende Fuglsang geen problemen meer, waardoor hij in het centrum van Luik werd onthaald als de grote triomfator.

We gaan zeven uur terug in de tijd: Jakob Fuglsang staat als een van de topfavorieten aan de start van de Waalse klassieker. De 34-jarige renner kende een uitmuntend voorjaar in dienst van het Kazachse Astana, met een eindzege in de Ruta del Sol en podiumplaatsen in Strade Bianche, Tirreno-Adriatico, de Amstel Gold Race en de Waalse Pijl. De wielerliefhebbers werden meerdere malen getrakteerd op schitterende duels tussen Fuglsang en veelvraat Julian Alaphilippe, die vaak aan het langste eind trok. In Luik-Bastenaken-Luik konden we ons opmaken voor een laatste confrontatie tussen de Deense diesel en de Franse springveer.

Kevin Deltombe, Julien Bernard, Jérémy Maison, Tobias Ludvigsson, Andrea Pasqualon en Mathijs Paasschens waren de vroege vluchters in een regenachtige editie van ‘La Doyenne’. Het slechte weer zorgde voor heel wat opgaves. Zo besloten oud-winnaars Daniel Martin en wereldkampioen Alejandro Valverde om al vroeg in de ploegleiderswagen te stappen. En ook Robert Gesink moest al snel de strijd staken, de Nederlander kwam zwaar ten val in een verraderlijke afzink en brak daarbij zijn sleutelbeen en bekken. Het peloton reed door, aangevoerd door Bahrain Merida en Deceuninck-Quick-Step, op weg naar de Col du Rosier.

foto: Cor Vos

Op de flanken van de Rosier kregen we een nieuwe kopgroep van tien, met onder meer de betreurde Bjorg Lambrecht, Benoît Cosnefroy, Damiano Caruso en Tanel Kangert. Deze koplopers begonnen met een voorsprong van driekwart minuut aan de steile percentages van La Redoute. U weet wel, die helling waar Frank Vandenbroucke en Michele Bartoli ooit eens een duel uitvochten om duimen en vingers bij af te likken. Het echte spektakel bleef dit jaar uit, al werd de groep der favorieten wel flink uitgedund. Vooraan bleek Kangert over de beste benen te beschikken: de taaie Est werd niet veel later echter bijgehaald door Patrick Konrad, Tim Wellens en Daryl Impey.

Deze vier vluchters begonnen met een zeer beperkte voorsprong aan de voet van de laatste scherprechter: de bijzonder pittige Roche-aux-Faucons. Het was Wellens die als regenrijder aan een solo begon, maar de renner van Lotto Soudal mocht slechts enkele honderden meters dromen van de zege. De Belg werd nog voor de top bijgehaald door de sterkste klimmers in koers. Dat waren Fuglsang, Michael Woods en Davide Formolo. En Julian Alaphilippe? De Fransman (winnaar van Strade Bianche, Milaan-San Remo en de Waalse Pijl) bleek niet in staat om het duivelse tempo van Fuglsang, die duidelijk de sterkste man in koers was, te volgen.

foto: Cor Vos

De oersterke Deen wist een moordend tempo te ontwikkelen op de steilste stroken van de Roche-aux-Faucons, maar Woods en Formolo waren duidelijk niet van plan om zich zomaar naar de slachtbank te laten leiden. De beslissing viel niet op de eigenlijke klim, maar op de traditionele uitloper, hét punt voor Fuglsang om weg te rijden van eerst Woods en even later Formolo. En de rest bleek geschiedenis, want de Deen bleek sterk genoeg om zijn inspanning vol te houden. Voor Fuglsang was het zijn eerste grote zege op klassiek gebied, na legio ereplaatsen en sprintnederlagen. Formolo en Maximilian Schachmann werden namens BORA-hansgrohe tweede en derde.


flag-it Ronde van Lombardije

foto: Cor Vos

Voor Jakob Fuglsang voelde het ongetwijfeld als een verlossing, die zege in Luik-Bastenaken-Luik. De 34-jarige Deen won eerder in zijn carrière al het Critérium du Dauphiné, maar hij was al jaren op zoek naar die ene grote overwinning. Het klinkt een beetje als de loopbaan van Bauke Mollema. Natuurlijk, de Groninger won al eens een etappe in de Tour de France, was ooit de beste in de Clásica San Sebastián en haalde een keer het eindpodium van de Vuelta a España, maar hij zocht nog altijd naar die monumentale zege. Die kwam er op 12 oktober 2019, in Italië, na afloop van de Ronde van Lombardije.

Bauke Mollema mag na bijna zes uur zijn handen in de lucht steken, daar aan de finish in Como. De renner van Trek-Segafredo heeft het geflikt, hij en niemand anders is de winnaar van de 113e Ronde van Lombardije! Nederland heeft na 38 jaar eindelijk een opvolger van Hennie Kuiper, die in 1981 zijn eerste en enige ‘Il Lombardia’ wist te winnen. “Ik kan het niet geloven. Ik begon niet als een van de topfavorieten, maar ik voelde me de hele week al goed. Ik moest mijn moment afwachten”, aldus Mollema, amper gelovend dat hij zich nu in één adem mag noemen met Fausto Coppi, Eddy Merckx, Bernard Hinault en Tony Rominger. Allemaal oud-winnaars van deze koers.

Met “ik moest mijn moment afwachten” doelt Mollema op de flanken van de Civiglio, de voorlaatste klim van de herfstklassieker. Na een vrij afwachtende editie van de Ronde van Lombardije begon een uitgedunde favorietengroep aan de Civiglio. Er werd vooral gekeken naar tweevoudig winnaar Vincenzo Nibali, Tourwinnaar Egan Bernal, Alejandro Valverde en man-in-vorm Michael Woods, waardoor Mollema op het juiste moment de ruimte kreeg. De Nederlander viel aan op een moment dat de topfavorieten naar elkaar keken, reed al snel een voorsprong van vijftien seconden bijeen en wist op dat moment wat hij moest doen: doorgaan tot de streep.

foto: Cor Vos

Mollema begon met een aardige bonus aan de afzink van de Civiglio, gevolgd door de ontsnapte Pierre Latour en een groepje toppers. Het verschil was al opgelopen tot een halve minuut, wat de eenzame koploper vleugels gaf op weg naar de San Fermo della Battaglia, de laatste klim van de dag. De voorsprong van Mollema – die vol doorreed en het snellere bochtenwerk niet schuwde – werd alleen maar groter, maar net op dat moment besloot topfavoriet Primož Roglič zijn kaarten op tafel te gooien. De Sloveen van Jumbo-Visma (eerder in het najaar al winnaar van de Giro dell’Emilia en Tre Valli Varesine) zette de turbo aan, waardoor de voorsprong van Mollema steeds kleiner werd.

De achtervolgende Roglič kwam tot op een halve minuut van Mollema, maar ook de Sloveense stoomlocomotief zat plots zonder stoom, waardoor het verschil weer groter werd. De eenzame vluchter bleek definitief vertrokken, ook al probeerde Valverde nog naar de Nederlander toe te springen. De Spanjaard moest dan ook genoegen nemen met de tweede plek, achter een uitgebreid zegevierende Mollema, die na de finish innig werd omhelsd door zijn moeder. Mollema, Valverde en Egan Bernal: dat was het podium van de Ronde van Lombardije 2019. Winnaar Mollema had de smaak duidelijk te pakken, want een week later was hij ook de beste in de Japan Cup.

foto: Cor Vos


Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.