Het grote veldritdebat (deel 2): Kan de cross overleven zonder Van Aert en Van der Poel?

Het grote veldritdebat (deel 2): Kan de cross overleven zonder Van Aert en Van der Poel?

foto: Cor Vos

woensdag 16 december 2020 om 11:30
Special

Een coronaproof rondetafelgesprek – leve Zoom! – beleggen met zeven mannen die er toe doen in zowel de Vlaamse als de internationale veldritwereld: het bleek geen sinecure. Een debat waarin het gezamenlijke doel van onze gasten het finaal haalde van ieders individuele belangen. “De lokale fruitboer kan een cross organiseren en Mathieu van der Poel aan de start krijgen.”

Alle stakeholders van het veldrijden beseffen dat er werk aan de winkel is om de veldritsport in de toekomst naar een hoger – lees: internationaler – niveau te tillen. Cyclocross is altijd al een Belgisch-Nederlands onderonsje geweest en de top is er de laatste jaren, vooral bij de mannen dan, alleen maar op versmald.

Bovendien heeft het veldrijden, zeker nu Mathieu van der Poel en Wout van Aert steeds meer wegrenner zijn, een gebrek aan vedetten. Hoe krikken we onze favoriete kijksport in de winter weer op naar het niveau van weleer? Vandaag het tweede en laatste deel van het rondetafelgesprek. Deel een leest u hier.

Flanders Classics heeft het wegwielrennen deels en met succes hervormd. Tomas, jullie zitten ondertussen anderhalf jaar in het veldrijden, dat jullie ook willen hervormen. Is het nieuwe Wereldbeker-format – los van Covid-19 uiteraard – de juiste weg?

Tomas Van Den Spiegel: “Om misverstanden te vermijden, het is de UCI die hervormt, wij mogen het uitvoeren. We stelden vast dat de herkenbaarheid in de verschillende klassementen was verdwenen. Supporters zagen de bomen door het bos niet meer. De enige zekerheid was dat, wanneer je naar een buitenlandse cross keek, je wist dat het over een Wereldbeker ging. Daar gaan we de komende jaren aan werken. In de hoop meer middelen aan te trekken, zodat iedereen er beter van wordt. We willen naar een vast, herkenbaar concept met een heel duidelijke branding zodat iedereen weet: dit is de Wereldbeker, op zondag, de beste crossen met de beste renners en rensters. We denken dat dit de juiste weg is, ja.”

Is iedereen overtuigd?

Eli Iserbyt: “Zeker weten. Elke zondag. Goed gestructureerd. Herkenbaar. Wat we de voorbije jaren toch misten, ook omdat de titelpartners van sommige regelmatigheidscriteria zo snel wisselden. Zo weet geen enkele veldritfan nog waar hij of zij naar kijkt.”

Christophe Impens: “De Wereldbeker is een prima format. Al vraag ik me af of het van begin oktober tot eind januari moet lopen. Waarom niet een meer gebalde reeks die half november begint? Niet negatief bedoeld, hoor. Ik vermoed ook dat Flanders Classics wat in snelheid genomen is. Alles is vrij laat beslist. En ik zie ook veel wedstrijden in dezelfde regio. Ik vermoed dat, als er meer tijd is, het internationaler kan.”

Tomas Van Den Spiegel: “Het kon nog internationaler maar dat had voor een te grote revolutie gezorgd. We hebben bewust gekozen voor een trapsgewijze transformatie in plaats van alles meteen om te gooien en te zorgen voor ‘onmogelijke’ verplaatsingen.”

Peter Van den Abeele: “Van de veertien manches waren er zeven, de helft dus, voorzien in België. Het is niet de bedoeling dat die verhouding zo blijft. We kunnen afzakken naar vijf, maar het is niet de bedoeling om alles wat hier opgebouwd is af te breken.”

foto: Cor Vos

Tom Van Damme: “Het moet tijd krijgen om te groeien en tezelfdertijd mag het hier geen verstikking zijn. De rest mag niet ondersneeuwen. Ik denk dat we binnen zes, zeven jaar misschien pas zullen kunnen spreken van een volwaardig internationaal circuit met een drietal manches in België. Drie zou ideaal zijn. En van de gelegenheid moeten we gebruik maken om tegen dan ook een soort Europa League, een tweede niveau in België, klaar te hebben, met daarin een aantal klassiekers.”

Philip Roodhooft: “We zien in het mountainbiken dat de Wereldbeker de kapstok van het seizoen is. Het zou mooi zijn als dit ook het geval zou zijn in het veldrijden. Wel jammer dat er geen klassiekers als Wetzikon en Eschenbach zijn opgenomen. Nieuwe namen of onbekende locaties nemen hun plaats in. Hopelijk komt dat op termijn terug. Niet dat we in het verleden moeten leven maar er zijn toch een aantal locaties of landen waarvan iedereen weet: als daar gecrost wordt met alle vedetten, kan het tij snel keren. Landen met een voedingsbodem voor veldrijden.”

Peter Van den Abeele: “In Wetzikon is het terrein niet meer beschikbaar en is de organisator er niet meer. Idem voor Eschenbach.”

Onvermijdbaar item: de startgelden anno 2020. Eli, hoe ontevreden zijn de renners en rensters?

Eli Iserbyt: “In augustus was er veel commotie rond maar dat was vooral omdat er zoveel onduidelijkheid was. Zoals het vandaag gaat, kan ik er mij in vinden. Voor mij persoonlijk dan. Er mag een mooie verloning zijn voor ons, de acteurs in de soap van de cross. Maar als er geen publiek komt, kunnen we niet verwachten dat we normaal betaald worden. Ik vind het wel een moeilijker verhaal voor de jongens van de derde, vierde rij. Het kan ook niet de bedoeling zijn dat die jongens of dames met een financiële put achterblijven.”

Tomas Van Den Spiegel: “We worden geconfronteerd met een systeem dat heel lang geleden is ontstaan en dat heeft bijgedragen tot wat het veldrijden vandaag is. Maar we moeten er wel op een kritische manier durven naar kijken. Het gaat over een groot bedrag als je alles samentelt. Dat geld moet ook in de cross blijven en het liefst bij de renners, eventueel via de teams zelfs, maar het moet wel structureler. Als het zonder regelgeving gebeurt, houden we de cross klein en lokaal.

Als ik vandaag een ondernemer ben in een klein Vlaams dorp en ik heb een potje over waarmee ik niet weet wat aan te vangen, kan ik morgen een cross uit de grond stampen en de wereldtop aan de start krijgen op basis van startgelden. Daarvoor moeten we ons behoeden want dat draagt niet bij tot het product cross op lange termijn. Die willekeur moet eruit.”

Jeroen Leen: “Wat Tomas bedoelt: de lokale fruitboer kan een cross organiseren en Mathieu van der Poel aan de start krijgen, terwijl die een klassementscross laat schieten. Dat is een kromme situatie en degradeert dat klassement. Messi speelt in La Liga en in de Champions League maar niet in Bachte-Maria-Leerne. Dat kan vandaag dus wel in het veldrijden.”

Christophe Impens: “En er moet een deel loon naar werken zijn. Deels resultaatgericht dus. De cross kent een compleet ander model dan in het wegwielrennen, waar vooral de ploegen zorgen voor de lonen. Maar die torenhoge startgelden: als dat blijft bestaan, wordt het onbetaalbaar. Tenzij je de prijs van je inkomticket en de catering de hoogte injaagt. Die blijven al jaren op hetzelfde niveau en dat moet ook democratisch blijven. Maar daardoor stagneren de inkomsten van de organisator, ze zakken zelfs licht. We moeten een evenwicht vinden.”

Philip Roodhooft: “Wat dat resultaatgerichte betreft: niet vergeten dat elke renner een bepaalde uitstraling heeft. Als een mountainbiketopper als Nino Schurter komt crossen, dan ga ik kijken. Die gaat de wedstrijd niet winnen maar de figuur alleen al spreekt mij aan. Of neem Wout van Aert die straks in Herentals rijdt. De supporter wil de winnaar van Milaan-San Remo en twee Tourritten zien. En als Wout voor de cross sympathiek en bereikbaar is, zal dat voor die fan belangrijker zijn dan dat hij de cross wint. Het is niet zwartwit, hé.”

Christophe Impens: “In 2008 of 2009 hebben we een studie rond de populariteit van veldrijders laten uitvoeren door de universiteit van Breda. Het klopt wat je zegt: de fan komt voor drie, vier vedetten en verder omdat de cross in een cirkel van vijftien kilometer rond zijn woonplaats plaatsvindt. Niet toevallig lokte Loenhout vorig jaar, toen Wout zijn eerste wedstrijd na zijn val in de Tour reed, 3000 tot 4000 extra toeschouwers.”

Eli Iserbyt: “Dat regionale aspect is niet onbelangrijk. Mijn fans komen ook naar Ruddervoorde in plaats van naar Heusden-Zolder.”

Philip Roodhooft: “Voilà. Nochtans ben je in Ruddervoorde geen betere renner dan in Zolder.”

Peter Van den Abeele: “Laten we ook de buitenlanders niet vergeten. Nee, Felipe Orts brengt geen twee bussen supporters mee maar hij investeert in zijn sport. Dat de startgelden zijn scheefgegroeid, staat echter buiten kijf. In andere disciplines bestaat dat niet. In het mountainbiken moet de renner zelfs zijn inschrijvingsgeld betalen.”

Philip Roodhooft: “En vindt iedereen dat normaal, terwijl in de cross iedereen op zijn achterste poten staat. We mogen het dus ook weer niet als evidentie zien. Maar alle betrokkenen moeten er iets aan overhouden, hé. Dat lijkt me de essentie.”

Betsema, Brand, Alvarado

Nog een heikele kwestie: onze Vlaamse dames moeten het afleggen tegen een majestueus Nederlands blok. Wat loopt er fout en tegen wanneer krijgen we die achterstand weggewerkt?

Tom Van Damme: “Vooreerst, we mogen dit niet vernauwen tot een Nederland-België. Het is Nederland tegen de rest van de wereld. Maar dat onevenwicht is inderdaad geen goede zaak voor de ontwikkeling van ons dameswielrennen. En zijn we ook niet wat kort van geheugen? Sanne Cant is drievoudig wereldkampioene. Ze heeft ons veel plezier bezorgd. En wie zegt dat ze niet terugkomt? Laat dat element niet te snel verloren gaan. Ze verdient het trouwens niet om zo hard aangepakt te worden.

Maar, we moeten eerlijk zijn, een aantal dames zijn ook wat blijven hangen. Wat talent betreft, moet ik mij aansluiten bij wat onze bondscoach Sven Vanthourenhout vertelt: de vijver is op dit moment bijzonder klein. En dat geldt voor het wielrennen tout court. Dat zal niet op twee jaar opgelost zijn maar het vergroten van die kweekijver is onze absolute prioriteit. Een opdracht waar zowel de Vlaamse als de Waalse vleugel verantwoordelijk voor zijn. Projecten zoals Zij aan Zij en Kids on Wheels lopen. Maar het is niet gemakkelijk meisjes te overtuigen om van wielrennen hun sport bij uitstek te maken. Ook hier is de rol van de media belangrijk. We scoorden één en twee in de dameseditie van Gent-Wevelgem. De aandacht die in de belangrijkste nieuwskranten daaraan is besteed, was miniem. Zeer jammer, want we hebben die aandacht nodig.”

Philip Roodhooft: “Een aantal van de betere dames rijden in onze teams. Het heeft alles te maken met Nederlandse cultuur in de vrouwensport. Kijk naar het verschil in het aantal medailles op de Spelen. Dat is niet in verhouding tot het verschil in het aantal inwoners tussen België en Nederland, hé. Specifiek voor het wielrennen hebben ze daar al lang een enorme vijver en sinds Sporza het damesveldrijden is beginnen uitzenden en de verdiensten omhoog zijn gegaan, hebben een aantal vrouwen de overstap gemaakt.

Maar ik ben voorstander om vooral te focussen op onszelf. Het dameswielrennen wordt steeds professioneler, ook op de weg. Grote teams hebben een damesploeg, de herkenbaarheid is groter. Het is zaak om nu mee te springen op die trein. En niet te veel stil te staan op wat we fout deden. Het is niet zo dat de KNWU (Nederlandse Wielerunie) vijftien jaar geleden een plan heeft opgemaakt met de insteek dominant te worden in het damesveldrijden. Ook zij stellen het nu vooral vast.”

De slotvraag richten we aan Eli. Kan het veldrijden overleven zonder Wout van Aert en Mathieu van der Poel?

Eli Iserbyt: “Volgens de media niet, begrijp ik… (Zucht) Ik vind de media een grote rol spelen in die vorming van de publieke opinie. Kritisch zijn mag, ik kan daar goed mee omgaan. Maar vandaag zijn ze ‘negatief kritisch’. Bij elke prestatie lezen we: ‘ja, maar Mathieu en Wout waren er niet bij’. We worden gezien als randanimatie. En de mensen geloven wat ze horen en lezen. En alles wordt gedeeld op sociale media. Natuurlijk zijn Wout en Mathieu zeer belangrijk voor het veldrijden. Dat besef ik als geen ander. Maar waarom onze prestaties niet op een positieve manier benaderen? Waarom die negatieve mindset?”

Christophe Impens: “Ik ben verbouwereerd als ik tegenwoordig het veldritnieuws lees of hoor. ‘In afwezigheid van Wout van Aert en Mathieu van der Poel heeft Eli Iserbyt het EK gewonnen.’ Dat moet ontzettend frustrerend zijn voor Eli en zijn collega’s, maar dat is het ook voor ons organisatoren.”

Peter Van den Abeele: “En dat heeft Wout dat in het verleden dus ook zelf meegemaakt! Hij werd keer op keer afgemaakt omdat hij nog maar eens tweede werd achter Mathieu. Ondertussen heeft iedereen een grenzeloos respect voor hem. Daaruit moeten we met z’n allen moed putten en onze storytelling doen. Het is wat Jeroen zegt, we hebben goud in onze handen en toppers in ons midden die de uitstraling van het veldrijden alleen maar groter kunnen maken.”


WielerFlits bracht in samenwerking met magazine Grinta de belangrijkste stakeholders in het veldrijden bijeen voor een coronaproof rondetafelgesprek via Zoom. In deel één spraken de mannen over de wens om veldrijden op de Olympische Spelen te krijgen, het huidige businessmodel van het internationale veldrijden en de dominantie van de Nederlandse dames.

Wie is wie? (alfabetisch)

Christophe Impens (50)
In de jaren ’90 een succesvol atleet op de middellange afstand en in het veldlopen. Halve finalist op de Olympische Spelen in Atlanta (’96). Vandaag managing director bij evenemtenbureau Golazo, dat onder meer de X2O Trofee Veldrijden, de Ethias Crossen en de WB-wedstrijden in Namen en Zonhoven organiseert.

Eli Iserbyt (23)
Profveldrijder bij Pauwels Sauzen-Bingoal. Bij de jeugd meervoudig Belgisch en wereldkampioen, vandaag regerend Europees kampioen bij de profs en huidig leider in zowel de X2O Trofee als de Telenet Superprestige.

Jeroen Leen (48)
Sinds 1999 aan het werk als Sponsoring Manager bij Telenet. Het communicatiebedrijf is al 12 jaar een belangrijke partner in het veld, onder meer bij Telenet-Baloise Lions en het regelmatigheidscriterium Telenet Superprestige.

Philip Roodhooft (45)
Leidt samen met zijn broer Christoph Alpecin-Fenix, de ploeg van de regerende wereldkampioenen Ceylin del Carmen Alvarado en Mathieu van der Poel. Daarnaast runnen ze een aantal kleinere crossteams met toppers als Sanne Cant en Annemarie Worst

Tom Van Damme (59)
Werd in 2010 voorzitter van de Belgische Wielerbond (Belgian Cycling). Is ondertussen al twee keer herkozen. Van Damme bekleedt daarnaast een paar prominente functies bij de Internationale Wielerunie UCI.

Peter Van den Abeele (54)
Voormalig wielrenner met veldrijden en mountainbiken als specialiteit. In beide disciplines werd hij Belgisch kampioen en op de mountainbike haalde hij zowel de Spelen van Atlanta (’96) als Sydney (2000). Sinds 2003 werkt hij voor de Internationale Wielerunie UCI, waar hij opklom tot Directeur Sport.

Tomas Van den Spiegel (42)
Ex-professioneel basketbalspeler en nu CEO bij Flanders Classics, sinds 2010 de overkoepelende organisatie van zes Vlaamse voorjaarsklassiekers met onder meer de Ronde van Vlaanderen. In 2018 maakte FC haar intrede in het veld. Het is vandaag eigenaar van de Superprestige en organiseert vanaf dit seizoen de Wereldbeker.

Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

Wielernieuws

Materiaalzone

Populair