Wout van Aert ‘moet just niks’: “Ook zonder Vlaanderen en Roubaix veel moois om op terug te kijken”
Video De vergelijkingen tussen Wout van Aert en Mathieu van der Poel waren er al voordat ze bij wijze van spreken geboren waren. Waar de Nederlander inmiddels zes monumenten en een WK-titel op zijn naam heeft staan, is dat bij zijn Belgische aartsrivaal tot op heden bij één monument gebleven. Voor de duidelijkheid: daar doen we niets aan af. Maar Van Aert geeft er bij WielerFlits wel zijn mening over.
Het houdt veel wielerfans nochtans bezig. Van Aert die zichzelf wegcijfert binnen nationale selecties voor andere kopmannen of het ‘slachtoffer’ is van het sterke collectief binnen Visma | Lease a Bike. En dat hij daardoor wellicht niet het palmares heeft dat bij zijn potentieel past. “Maar wat is een palmares?”, vraagt de 30-jarige Belg zich af voor de camera van WielerFlits. “Is dat een lijstje met een aantal overwinningen erop? Of is dat hoe we iemand herinneren als wielrenner? Uiteraard horen daar overwinningen bij. Ik denk dat die er ook genoeg zijn in mijn geval.”
“Maar ik hoop ook dat er heel veel mensen mij onthouden als de renner die ook dingen deed die andere coureurs niet doen”, gaat Van Aert verder. “En een daarvan is waarschijnlijk zich af en toe wegcijferen voor iemand anders. Dat is zoals ik ben. En daar ben ik ook heel trots op.”
Rijk gevulde erelijst
Van Aert viert later dit jaar zijn 31ste verjaardag en dus zullen de kansen om de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix te winnen zich niet meer opstapelen. “Over vijf jaar is daar zeker al niet veel meer aan te doen”, lacht hij. “Dan is het zo. Dan heb ik heel veel moois om ook op terug te kijken. Maar ik kijk ook heel hard uit naar de jaren die nog komen, waarbij ik telkens met veel ambities van start zal gaan. En daar geniet ik ook steeds meer van, van die weg daar naartoe.”
Toch begint de tijd wel te dringen, beseft hijzelf. “Ik denk dat ik zeker nog over mijn potentieel kan beschikken. Dus ik denk dat het in die zin geen issue is. Natuurlijk wel, als ik dertig word dan staan er weer jongens van drie-, vierentwintig klaar. Dat wordt elk jaar weer meer. Die jonge gasten staan ook te popelen om de fakkel over te nemen. Dat is natuurlijk iets anders waar je rekening mee moet houden.”
Om te reageren moet je ingelogd zijn.