Florian Vermeersch: “Altijd blijven rijden, was de tip van Gilbert en Degenkolb. Ze hebben gelijk”
© Cor Vos
Nico Dick
zondag 3 oktober 2021 om 19:32

Florian Vermeersch: “Altijd blijven rijden, was de tip van Gilbert en Degenkolb. Ze hebben gelijk”

Interview De verrassing van deze uitgeregende editie van Parijs-Roubaix was Florian Vermeersch. De jonge Belg – vorige zondag reed hij nog het WK bij de beloften – legde Sonny Colbrelli en Mathieu van der Poel het vuur na aan de schenen tot op de streep. Het leverde het Lotto Soudal-talent een tweede plek op. “De komende dagen zal mijn ontgoocheling zeker plaats maken voor trots”, klonk het op de persconferentie.

Neem ons even mee door jouw wedstrijd, Florian. Toen we vanmiddag de perszaal binnenkwamen, reed je al mee voorin.
“Het was ook ons doel om met Lotto Soudal goed vertegenwoordigd te zijn in de vroege vlucht. Tenminste, als de groep groot genoeg was. Daar zijn we in geslaagd. We waren zelfs met drie mee. Maar in de aanloop naar de eerste kasseistroken was het meteen een gevecht in positionering. Ik hield goed stand, wat op de vierde kasseistrook resulteerde in een eerste schifting, toen we met vier wegreden.”

“Maar plots bleef ik alleen met Nils Eekhoff over. Tot mijn verbazing waren de twee anderen weggevallen. Vanaf dat moment dacht ik: blijven gaan. Niet onszelf helemaal opbranden, maar blijven rijden. Wie weet kunnen we aanpikken als er een groep terugkomt. Al viel dat tegen toen Moscon kwam aansluiten. Ik had daar echt een moeilijk moment en werd gelost. Gelukkig kon ik snel herstellen en wel aanpikken toen Van der Poel, Colbrelli en Boivin eraan kwamen.”

“Mijn benen voelden opnieuw beter aan. Toen we daarna Moscon terugpakten en we Carrefour de l’Arbre overleefden, wist ik dat ik voor de overwinning reed. Maar ik was in de slotfase met twee jongens op pad die al massasprints hebben gewonnen, dus vond ik dat ik voor de aanval moest kiezen. Ik heb het twee keer geprobeerd, zonder succes. Dan maar sprinten op de Velodrome. Ik timede goed, maar in de laatste vijftig meter kampte ik met krampen. Colbrelli kwam er nog over.”

Denk je dat die twee demarrages jou de zege hebben gekost?
“Misschien. Misschien ook niet. Maar ik blijf achter die keuze staan. Mocht ik het moeten overdoen, ik zou het opnieuw doen. Nee, daar heb ik geen spijt van.”

Van links naar rechts: Van der Poel, Colbrelli en Vermeersch – foto: Cor Vos

Verras jij jezelf met deze prestatie?
“Toegegeven, met mijn lichaamsbouw is dit de de koers die het best bij mijn mogelijkheden past. Ik had eerder al verteld dat ik hier ooit eens op het podium wilde staan. Dat dit ik bij mijn debuut meteen tweede zou worden, had ik wel nooit durven dromen. Maar dit parcours is voor mij gemaakt, ja. Een klimmer word ik nooit.”

Heb je het gevoel dat je ervaring als veldrijder in deze natte editie jou veel voordeel opleverde?
“Dat veldrijden is nu wel al even geleden, maar ik was als jeugdrenner wel gewend aan deze omstandigheden, die glibberige toestanden, waar je amper grip hebt. Maar ik wil net zo graag een droge Parijs-Roubaix rijden. Ik zal hier altijd gemotiveerd aan de start staan. De regen die gisteren en deze ochtend met bakken uit de lucht viel, was alleen maar een extra motivatie.”

Toch… Hoe zwaar was deze Parijs-Roubaix voor lichaam en geest?
“Lichamelijk bijzonder zwaar. Mijn rug doet immens pijn en zal een paar weken nodig hebben om hiervan te herstellen, vrees ik. Maar ik krijg het niet snel koud. Dat was no big deal. De regen? Ach, dat is mindset, hé. You have to embrace it. Dan kan je daar een stuk gemakkelijker mee om.”

Je hebt met Gilbert en Degenkolb twee voormalige winnaars van dit monument in de ploeg. Zijn zij belangrijk geweest in de aanloop hier naartoe?
“Absoluut! Vooral tijdens de verkenning kreeg ik een pak tips, werd veel verteld over de laatste edities. Waar ik alert moest zijn, bijvoorbeeld. Al was er één grote tip die ik goed heb ingeprent: blijven rijden! Want je weet nooit wat er gebeurt. Ze hadden gelijk. Ik moest passen toen Moscon wegreed. Maar kijk, we pakken hem toch nog terug. Het is trouwens een eer met John en Phil in de ploeg te rijden. Alleen jammer dat ik het niet heb kunnen afmaken.”

Vermeersch met Nils Eeckhoff in het wiel – foto: Cor Vos © 2021

Wordt Florian Vermeersch nu een andere renner? 
“Ik hoop van niet. Ik ben iemand die graag offensief koerst en dat wil ik graag zo houden. Uiteraard zal ik wel de ervaring van het voorbije anderhalf jaar meenemen. Met dank aan het team trouwens, dat ik dit heb mogen doen op jonge leeftijd. Dat zal me in de toekomst wellicht een voordeel opleveren.”

Tweede in je eerste Parijs-Roubaix, dat schept verwachtingen. Er zal al snel vergeleken worden. Met Tom Boonen bijvoorbeeld. Dat schrikt niet af?
“Nee, nee. En voor alle duidelijkheid, ik wil en zal me ook niet vergelijken met Tom Boonen. Hebben jullie al eens zijn palmares bekeken? Nee, ik focus op mijn eigen pad. Ik ben hier bijzonder blij mee en wat de toekomst brengt, zien we wel.”

Slotvraagje. Wat deed het binnenrijden van de Velodrome in Roubaix met een jongen van 22?
“Dat geeft massa’s adrenaline. Al had ik die onderweg eigenlijk ook al. Er stonden pakken Belgische fans onderweg, die me luid toejuichten. Puur kippenvel! Dat was hier op de Velodrome niet anders.”

RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.