Simon Clarke was klaar om Strade Bianche te winnen: “Ik moest bijna huilen”
foto: EF Pro Cycling
zaterdag 1 augustus 2020 om 07:30

Simon Clarke was klaar om Strade Bianche te winnen: “Ik moest bijna huilen”

Interview Het jaar 2020 was het seizoen geweest waarin Simon Clarke had gehoopt te schitteren in de voorjaarsklassiekers. De 34-jarige Australiër was vorig jaar een van de verrassende namen aan het front in wedstrijden als de Amstel Gold Race, Milaan-San Remo en Strade Bianche. Met die laatste koers heeft hij nog een appeltje te schillen. Vol zelfvertrouwen en in de vorm van zijn leven zette het coronavirus een vette streep door de eerste rekening. In het tweede deel van het interview met Clarke legt hij aan WielerFlits uit waarom.

Clarke was zijn gehele carrière een sterke coureur. Een gewaardeerde knecht die af en toe eens zelf zijn kans mocht gaan en die dan ook nog zo nu en dan verzilverde. Vraag dat maar aan Bauke Mollema, die tegen de Australiër het onderspit dolf in de zesde etappe van de Vuelta a España in 2018. Het was een voorbode op het volgende seizoen, want Clarke kwam in 2019 plots in een heel resem wedstrijden piepen aan het front. Zo eindigde de renner van EF Pro Cycling begin 2019 als tweede in de Tour de La Provence, achtste in Tirreno-Adriatico, negende in Milaan-San Remo en als orgelpunt de Amstel Gold Race, waar hij tweede werd achter Mathieu van der Poel. In het najaar werd hij dan nog negende in de BinckBank Tour.

Trainen onder Michele Bartoli

De verklaring voor die goede prestaties schrijft Clarke toe aan zijn ploeg EF Pro Cycling. “Om eerlijk te zijn, moet ik hen hiervoor bedanken”, vertelt de Australiër. “Ze geloven in mij als renner. Ze waarderen mijn werk voor Rigoberto Urán, als ik hem en mijn ploeggenoten help in de rittenkoersen van een week en de grote rondes. Maar ze dachten dat ik het heel goed zou kunnen doen in de eendagsklassiekers. Ze hebben me echt gepusht om mezelf meer te zien als eendagscoureur. En dan niet als koerskapitein of helper (zijn eerdere rol, red.), maar als kopman. Gezien vanuit de mindset, is het niet gemakkelijk om de manier van koersen te veranderen voor jezelf. Althans: misschien dat dit voor andere mensen makkelijker is, maar ik vond dat echt lastig.”

Michele Bartoli – foto: Cor Vos

“Ik ging helemaal op in de rol van wegkapitein en nam de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat mijn kopman alleen maar aan het resultaat, zijn prestatie en zijn conditie hoeft te denken. En dat hij zich geen zorgen hoeft te maken over pech of beslissingen die ik neem op de weg. Als je die verantwoordelijkheid op je neemt, denk je eigenlijk nooit meer aan je eigen resultaat”, legt hij uit. “Om dan aan jezelf te gaan denken, is niet eenvoudig. Maar de gehele ploeg begon me te pushen. Ze zeiden me eind 2018 om naar huis te gaan en in de winter te proberen om vooral mentaal de klik te maken. Daar raakte ik erg gemotiveerd van. Ik was de passie om zelf koersen te winnen niet verloren. Uiteindelijk bleek dat te werken.”

Clarke’s trainer Michele Bartoli – zelf ex-winnaar van onder meer de Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik (twee keer) en de Ronde van Lombardije (twee keer) – speelde binnen EF Pro Cycling de grootste rol in zijn transitie naar kopman. “Ik werk nu drie jaar met hem”, zegt Clarke over zijn relatie met de Italiaanse ex-topper. “Michele is absoluut een van de aanwijsbare redenen waarom ik zo’n progressie in dit soort wedstrijden (klassiekers, red.) kon maken. Hij heeft zo veel ervaring in juist die koersen waarin ik tot mijn recht kom. Michele weet hoe hij mij moet trainen. Zijn aanpak loont voor mij. Michele weet hoe je als renner in vorm geraakt voor de klassiekers en tussen de wedstrijden in fris kunt blijven.”

Naast de fysieke trainingen, bracht Bartoli hem ook mentale aspecten bij. “Dat was voor mij misschien wel de grootste verandering in de winter van 2018 op 2019. Het geloven in mezelf, mezelf vertellen dat ik goed genoeg ben om met de besten ter wereld te duelleren. Om te zeggen dat ik met de beste tien tijdens Milaan-San Remo kan sprinten voor winst. Als je daarover nadenkt, is het best moeilijk om jezelf ervan te overtuigen dat jij dat kan. Je moet ballen hebben om te zeggen: ‘Ik kan met die groep mee’. Dat je meezit met Julian Alaphilippe, Alejandro Valverde, Vincenzo Nibali, Peter Sagan en Michał Kwiatkowski. Maar als je daar zelf niet in gelooft, gaat het nooit gebeuren. Dat was voor mij de grootste verandering.”

Plan-Copy+Paste

Die aanpak loonde voor 2019 en de opdracht van Clarke in dit jaar was simpel: “Ik wilde het seizoen exact kopiëren”, legt hij uit. “Nog iets wat niet onbelangrijk is om te vermelden: het overslaan van de koersen in Australië in januari 2019. Dat was voor het eerst in vele jaren. In die periode werd ik voor het eerst vader. Onze dochter werd geboren op de vrijdag van de Tour Down Under. Mijn vrouw is Italiaanse en we kozen ervoor om onze baby in Europa ter wereld te brengen. We zijn wel eventjes naar Australië geweest, maar we zijn daarna vroeg weer teruggegaan naar Europa. En dus heb ik in januari helemaal niet gekoerst, waardoor ik niet al te snel in vorm was. Uiteindelijk heeft dat ook grote invloed op mijn seizoen gehad.”

Clarke feliciteert Van der Poel na Amstel – foto: George Deswijzen

De Australiër had aanvankelijk als hoofddoel om dit jaar selectie voor de Olympische Spelen af te dwingen. De klassiekers waren daarom extreem belangrijk voor Clarke. “De ploeg wilde graag mee in het kopie-plan. Het enige verschil was dat ik nu geen baby in januari kreeg”, lacht hij hard. “Maar voor de rest was bijna alles identiek. Ik zat samen met Michele om het plan te maken en te analyseren wat we vorig jaar gedaan hebben. Het enige wat we veranderd hebben, is het rijden van de Tour de La Provence. Vorig jaar paste die wedstrijd me erg goed, maar dit jaar zat er onder andere een aankomst op de Mont Ventoux in. Toen ik dat zag, wist ik dat er veel meer klimmers aan de start zouden staan. Daardoor zou dat iets te zwaar zijn.”

“Ik zei daarom tegen de ploegleiders dat ik graag de Ster van Bessèges wilde rijden, om daarna door te reizen naar Tour du Haut-Var”, legt hij uit. “Dat was een performance request die we bij de ploeg mogen aanvragen. Daarmee kun je wisselen van je oorspronkelijke programma, als je in een andere koers graag wilt presteren. Bessèges staat echter wel een week eerder op de kalender dan La Provence. Aangezien we de rest van mijn schema niet hadden aangepast in vergelijking met vorig jaar, was mijn vorm iets minder. Maar in de Tour du Haut-Var had ik hetzelfde gevoel als in La Provence 2019 en dacht ik: ‘Alright, now I am ready to go’. Het bewijs kwam met een tweede plek na Nairo Quintana op de Col d’Eze.”

Alternatief openingsweekend

Vervolgens trok Clarke begin maart naar de Faun-Ardèche Classic en de Royal Bernard Drôme Classic. Een grappige anekdote volgt. “Ik ben best trots op mezelf dat ik al mijn resultaten, tegenstanders en alle wedstrijden ken. Maar ik moet toegeven dat ik nog nooit van Drôme en Ardèche gehoord had”, schiet de Aussie opnieuw in de lach. “Misschien komt dat door het Openingsweekend, dat op dezelfde zaterdag en zondag zoveel aandacht opeist. Ik ben ook nog nooit onderdeel van een ploeg geweest die deze twee Franse wedstrijden überhaupt reed. Toen het team me zei dat Drôme en Ardèche in feite het openingsweekend is voor de mannen die de Ardennenklassiekers doen, klonk dat als muziek in mijn oren.”

Clarke checkt zijn device – foto: EF Pro Cycling

De nieuwe wedstrijdprikkel zorgde bij Clarke naar eigen zeggen voor behoorlijk wat motivatie. In Frankrijk kwam hij echter aanvankelijk van een koude kermis thuis. “In de Ardèche Classic was het echt verschrikkelijk weer. Ik kreeg het erg koud onderweg en had al snel in de gaten dat het niet mijn dag was. Ik besloot op te geven. Ik hield mezelf daarna alleen wel voor dat ik deze koersen reed om een goed resultaat te boeken. Terwijl ik juist opgaf in de eerste van de twee!”, schatert de goed gemutste Clarke andermaal. “Ik moest het van mezelf dus goed doen die tweede dag, omdat ik er anders pretty silly op zou staan. Een dag later waren mijn benen veel beter en waren de weergoden ons ook beter gezind.”

“Maar toch”, vervolgt hij. “Als je de finishfoto bekijkt, lijkt het op een verschrikkelijke dag. Het regende alleen het laatste uurtje. Wel had ik wat extra druk om mezelf gelegd door de dag ervoor op te geven en op voorhand tegen de ploeg te zeggen dat ik goed was. Ik had niet een andere keuze dan het goed te doen. Ik geloofde ook in mijn eigen kunnen. Ik wist dat ik die dag ook Vincenzo Nibali moest volgen. Als renner ken ik hem best goed. Ik kan je zeggen op welke dagen hij een missie heeft. Vlak na de start zag ik het aan hem: dit was zo’n dag. Ik bleef de hele dag bij hem in de buurt en hield hem in de gaten. Het was wachten op de goede ontsnapping om mee te springen. Op het eind bleek dat het juiste plan te zijn.”

Als een kind in de speeltuin

Een week na de door Clarke gewonnen Royal Bernard Drôme Classic wilde hij schitteren in Strade Bianche. Het was voor de EF Pro Cycling-renner de eerste koers die met rood omcirkeld was in zijn agenda. “Het is mijn favoriete koers”, vertelt hij. “Het spijt me voor alle Nederlandse en Belgische fans, hoewel ik ook zeker verliefd ben op de Amstel Gold Race. Maar Strade Bianche staat echt op één. Ik ben opgegroeid in Australië en ons huis stond op een plek die zo’n twee kilometer van de geasfalteerde weg lag, op een heuvel. We waren omringd door dirt roads, zandpaden. Als kind moest ik die elke dag een paar keer op en af. Ik maakte er een sport van en vloog naar beneden. Daarna moest ik ook weer naar boven.”

Die dirt roads waar Clarke het over heeft, hebben soms wel een gemiddelde stijging van vijftien procent. “Ik had mijn trainingsrondje op latere leeftijd dus letterlijk in mijn achtertuin liggen. Toen ik voor het eerst Strade Bianche reed (in 2010, red.), zag ik dat anderen uit hun comfortzone waren. Ze probeerden op een racefiets met zestig kilometer per uur van die grindwegen af te rijden. Dat was voor hen niet normaal. En ik had zoiets: ‘I am at home! I have been doing this my whole life, I’ve got no problems with this!’”, grijnst hij. “Al snel genoot ik ervan om die koers te rijden. Helaas heb ik Strade Bianche lang niet zo vaak als de Ardennenklassiekers gedaan, omdat tot een paar jaar terug die wedstrijd geen WorldTour-koers was.”

Clarke baalt na Strade Bianche 2019 – foto: Cor Vos

Bij zijn huidige ploeg wist hij de staf te overtuigen dat dit zijn wedstrijd is. “Voor de editie van dit seizoen was ik beter dan ooit. Ik was er klaar voor. Ik had ontzettend veel zelfvertrouwen door mijn prestatie van vorig jaar (achtste, red.) en mijn overwinning in de Drôme Classic een week eerder. Ik had ook nog een rekening openstaan met Strade Bianche. Ik zat vorig jaar op Julian Alaphilippe’s wiel toen hij samen met Wout van Aert en Jakob Fuglsang aanviel in de finale. Ik weet niet of ik ze had kunnen volgen tot aan de finish, maar op het moment van hun aanval had ik de benen om mee te gaan. Ik besloot dat niet te doen. Greg Van Avermaet en Tim Wellens reden voor me en ik was er zeker van dat zij zouden volgen.”

“Maar plots braken zij”, gaat hij verder. “En zodra er een gaatje van vijf meter is, ben je weg. Dat heeft lange tijd aan me geknaagd. Zo van: ‘Damn, I really missed an opportunity there’. Ik had een goede mindset en wilde er echt naartoe gaan om het beter te doen dan in 2019. Om te winnen, ja. Maar ik weet niet of je het jezelf nog herinnert: voor Strade Bianche officieel werd afgelast, was mijn ploeg het eerste team dat zich terugtrok. In de 24 uur daarna leek het erop dat mijn team het enige was die niet zou meedoen. Ik wilde bijna huilen: ik had het weekend ervoor gewonnen, ik was in heel goede doen, het is mijn favoriete koers van het jaar en ik zat in de enige formatie die niet zou koersen. Ik voelde me echt verdrietig”, lacht hij nu. Zaterdag nieuwe ronde, nieuwe kansen.


* Dit interview is het vervolg op de terugblik van Clarke op de Amstel Gold Race 2019.

RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.