Alec Segaert wil zich tonen in Kuurne-Brussel-Kuurne: “Passeer bijna elke training bij de aankomst”
Foto: Cor Vos
zondag 25 februari 2024 om 07:30

Alec Segaert wil zich tonen in Kuurne-Brussel-Kuurne: “Passeer bijna elke training bij de aankomst”

Interview Alec Segaert kijkt reikhalzend uit naar dit weekend. Niet naar de Omloop Het Nieuwsblad, zoals veel van zijn collega’s. Juist in thuiskoers Kuurne-Brussel-Kuurne wil de 21-jarige hardrijder van Lotto Dstny zich tonen, vertelt hij in gesprek met WielerFlits.

“We kiezen dit voorjaar heel bewust voor een afwisseling van iets kleinere klassieke koersen, waar ik mijn eigen ding kan doen, en af en toe grotere klassiekers. In die laatste wedstrijden rijd ik graag in dienst. Maar af en toe zelf iets tonen vind ik heel belangrijk, dat is ook de reden waarom ik vorig jaar graag nog wat extra beloftekoersen wilde doen. Om mijn winnaarsmentaliteit te blijven behouden en finales te rijden. Daarin de juiste tactische keuzes te maken. Dat heb je ook op latere leeftijd nog nodig, en dat moet je blijven onderhouden.”

Segaert heeft nochtans een achtergrond in het tijdrijden. Bij de jeugd kroonde hij zich twee keer tot Europees kampioen tegen de klok, en op de WK’s bleef hij telkens steken op de dichtste ereplaats. “Dat WK bij de beloften moet nog afgevinkt worden. Maar verder is het niet de bedoeling dat ik me puur in het tijdrijden ga specialiseren. De klassieke koersen zijn ook gewoon plezant. Bij de junioren is dat anders. Dan heb je veel testtijdritten, waardoor je relatief makkelijk van tijdrit naar tijdrit kan werken. Het is nu heel het jaar focussen op de ritten in lijn, en alleen de maand voor het WK veel op die tijdritfiets zitten. Ik heb jaren ervaring, op een maand tijd kun je veel explosiviteit inhalen. Ook mijn fietspositie zit er snel terug in.”

“Maar de Vlaamse koersen ontdekken is mijn belangrijkste doel dit seizoen. Daar wil ik graag al iets tonen. Natuurlijk heb ik dat vorig jaar al gedaan in bijvoorbeeld het BK op de weg, maar toch is het bang afwachten wat mijn gevoel zegt met dit, nog straffer deelnemersveld”, vindt Segaert.

Segaert streed met Evenepoel om de Belgische titel – foto: Cor Vos

Op dat bewuste BK was hij de enige die de verschroeiende demarrage van wereldkampioen en latere winnaar Remco Evenepoel wist te beantwoorden. Iets wat hij nog altijd met zich meedraagt. “Ik word er nog veel over aangesproken. Het was een van mijn mooiste dagen op de fiets, maar ik hoop dat het geen te hoge verwachtingen met zich meebrengt. Ik heb daar geen zotte waardes getrapt, maar me vooral veel gespaard. Dat kan in zo’n grotere klassiekers minder gemakkelijk. Daarom bewust de keuze voor wat meer kleine koersen. Het moet niet allemaal al dit jaar gebeuren, we hebben nog tijd.”

Kuurne-Brussel-Kuurne
Al hoopt de hardrijder stiekem op een mooie prestatie in één specifieke koers. “Kuurne-Brussel-Kuurne komt aan op vijf kilometer van mijn voordeur. Negen van mijn tien trainingen passeer ik aan de aankomst, en vorig jaar heb ik daar het startschot al mogen geven. Het wordt een van de grotere koersen die ik nu al rijd, dus kijk uit naar de sfeer en ambiance. Ik sta aan de start met heel veel goesting. Maar ook om de wedstrijd te winnen met de ploeg. Mocht ik in de juiste situatie komen, dan wil ik me zeker tonen.”

Kuurne-Brussel-Kuurne is bovendien al langer meer dan een sprinterskoers. De voorbije jaren wonnen gelijkaardige type renners als Kasper Asgreen en Bob Jungels na een lange solo. “Dat wordt op termijn de manier waarop ik koersen zal moeten kunnen winnen. Op termijn, zeg ik met zekere voorzichtigheid. Er is een groot verschil tussen het BK van vorig jaar en Kuurne-Brussel-Kuurne. Maar die klassiekers zijn hopelijk echt mijn ding. Ook Parijs-Roubaix is een van mijn droomkoersen, dat vind ik echt mythisch.”

Tot slot nog een opvallend feitje: Segaerts trainer én broer Loïc Segaert maakte afgelopen winter de overstap van Lotto Dstny naar Bahrain Victorious. Een groot verlies? “Voorlopig heeft dat weinig invloed. Ik denk dat het voor mij geen slechte zaak is. Loic blijft dicht bij mij staan. Dat kan ook niet anders, want hij is mijn broer. Maar met Sander Cordeel van de ploeg krijg ik nieuwe inzichten, dat is zelfs positief. Als het nodig is, overleg ik met Loic én met Sander.”

RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.