Voorbeschouwing: Gent-Wevelgem/Kattekoers U23 2022

Voorbeschouwing: Gent-Wevelgem/Kattekoers U23 2022

Het podium in 2019, v.l.n.r.: Leknessund, Rutsch en Reynders - foto: Kattekoers U23

zondag 27 maart 2022 om 07:00

Na drie jaar lang wachten krijgt de Kattekoers – beter bekend als Gent-Wevelgem U23 – zondag dan eindelijk een opvolger voor Jonas Rutsch. Vanwege de coronapandemie werden de laatste twee edities afgelast. Niet langer getreurd, want de eerste UCI Nation’s Cup U23-eendagskoers in ruim 2,5 jaar gaat dit weekend écht door. WielerFlits blikt vooruit!

Historie

De Kattekoers gaat sinds 2016 door het leven als een wedstrijd voor beloften. Dat terwijl de eerste editie al in 1934 plaatsvond. Behoudens de oorlogsjaren (1940-1945) en 1958, vond het evenement jaarlijks plaats. Enkele klinkende namen als Marcel Kint, André Noyelle, Fons De Wolf, Eddy Planckaert (twee keer), Nico Eeckhout, Kevin Hulsmans, Greg Van Avermaet, Sander Armée, Jonas Van Genechten, Jérôme Baugnies, Łukasz Wiśniowski en Baptiste Planckaert sieren de erelijst. Met Piet de Jongh (1956), Coen Boerman (1998) en Piet van Kuik (2005) staan er drie Nederlanders op het voornamelijk Belgische gekleurde palmares.

De recordhouder wat zeges betreft is Stefaan Vermeersch. De vader van Alpecin-Fenix-crosser Gianni Vermeersch wist deze wedstrijd tussen 1993 en 2004 drie keer op zijn naam te schrijven. Vermeersch senior zal voorlopig ook de grootste slokop blijven, omdat Gent-Wevelgem/Kattekoers-Ieper U23 – zoals de koers in zijn volledigheid heet – sinds drie seizoenen deel uitmaakt van de UCI Nation’s Cup U23. Dat betekent dus dat renners in die leeftijdscategorie maximaal vier keer de kans krijgen om te winnen. Omdat door COVID-19 nu twee jaar ontbreken, zal Vermeersch’ opvolger dit jaar voor het eerst moeten winnen.

Na afloop huldigt de organisatie altijd alle zeven winnaars; we herkennen v.l.n.r. onder meer Zoë en Elynor Backstedt, Kirsten Wild, Alexander Kristoff, Jonas Rutsch en Quinn Simmons in 2019 – foto: Cor Vos

De Kattekoers is overigens een van de zeven (!) koersen die zondag plaatsvindt in West-Vlaanderen. Een jaarlijks terugkerende fenomeen, al kwam het er dus de laatste twee seizoenen niet van. Naast de wedstrijd voor beloften mannen, werken ook de nieuwelingen (jongens en meisjes), junioren (jongens en meisjes), de elite vrouwen en de elite mannen een wedstrijd af onder de noemer van Gent-Wevelgem.

Niet allemaal zullen ze overigens over dezelfde route rijden. Zo start én eindigt de beloftenwedstrijd in Ieper, waar de profs er alleen vertrekken en de finish traditiegetrouw ‘gewoon’ in Wevelgem ligt.

Laatste tien winnaars Gent-Wevelgem/Kattekoers U23
2021: geen editie vanwege corona
2020: geen editie vanwege corona
2019: flag-de Jonas Rutsch
2018: flag-si Žiga Jerman
2017: flag-gb Jacob Hennessy
2016: flag-dk Mads Pedersen
2015: flag-be Baptiste Planckaert (UCI 1.2)
2014: flag-pl Łukasz Wiśniowski (UCI 1.2)
2013: flag-be Jérôme Baugnies (UCI 1.2)
2012: flag-be Roy Jans (UCI 1.2)
2011: flag-be Jonas Vangenechten (UCI 1.2)
2010: flag-be Frédérique Robert (nationale klassieker)


Vorige editie

In de vorige editie speelde – zoals zo vaak in deze wedstrijd – de wind een grote rol. U23-koersen zijn vaak onstuimig, net als in 2019. Toen lukte het pas na ruim twee uur en voorbij De Moeren, om een kopgroep te formeren. Die bestond uit veertien renners. Nederland had de slag volledig gemist en ook Tom Pidcock was in de finale op achtervolgen aangewezen. Beide partijen zouden niet meer vooraan geraken.

In de heuvelzone richting Ieper wisten vier renners zich af te scheiden en zij zouden het onderling gaan uitmaken. Jonas Rutsch en Andreas Leknessund bleken daarvan de sterksten, waarna de Duitser de Noorse ronderenner vlotjes klopte in een sprint met twee. De Belg Jens Reynders werd verdienstelijk derde.

Jonas Rutschte naar winst door Leknessund te verslaan – foto: Kattekoers U23

Uitslag Gent-Wevelgem/Kattekoers U23 2019
1. flag-de Jonas Rutsch in 4u05m08s
2. flag-no Andreas Leknessund z.t.
3. flag-be Jens Reynders +4s
4. flag-gb Robert Scott z.t.
5. flag-be Cedric Beullens +27s
6. flag-nz James Fouché z.t.
7. flag-no Tobias Foss z.t.
8. flag-be Jonas Castrique +1m12s
9. flag-at Patrick Gamper z.t.
10. flag-ch Joel Suter z.t.
Volledige uitslag
Volledig wedstrijdverslag


Parcours

Het parcours van de Kattekoers verandert nogal eens. Ook dit jaar lijkt het niet op dat van drie jaar geleden, omdat de finale weer een stukje zwaarder is. Na een neutralisatie van liefst 10,3 kilometer, zal de wedstrijdjury in Zonnebeke afvlaggen voor de officiële start. Vanaf die plek rijden ze over een korte afstand terug naar Ieper, waarna ze in Noordwestelijke richting rijden over de N8 naar Veurne. Behoudens een klein uitstapje naar Lo-Reninge, rijden ze daar linea recta op af. Eenmaal in Veurne buigt het peloton linksaf in de richting van het Franse Duinkerke, om dan bij Adinkerke opnieuw linksaf te slaan.

We hebben dan ruim vijftig kilometer gehad, waarna de renners het beruchte gebied De Moeren inrijden. Daar heeft de wind altijd vrij spel. Kort na De Moeren meandert de route door de gemeente Alveringem, waar op een gegeven moment het grensdorpje Leiseile opdoemt. Daar heeft de organisatie de Veurnestraat toegevoegd, een eerste kasseistrook van 1.300 meter. Deze begint in het dorpje zelf en loopt door tot een behoorlijk stuk daarbuiten. Vervolgens trekken de renners parallel langs de Franse grens in de richting van Poperinge. Dat omzeilen ze, maar daarna – met nog 65 kilometer te gaan – begint de finale.

Na 109 kilometer volgt in het Heuvelland de eerste helling van de dag, de Scherpenberg (2 km aan 2,3%). Vijf kilometer verderop volgt dan de bekendere Baneberg (1,2 km aan 6,3%). Daarna volgt een relatief lange en snelle afdaling naar de voet van de Monteberg (1,3km aan 4,7%). Dat is de aanloop naar dé scherprechter in Gent-Wevelgem: de Kemmelberg van de Belvedère-kant (500 meter aan 7%).

Daarmee is het nog niet gedaan, want daarna rijden de renners in zuidelijke richting naar een stukje Waals grondgebied in West-Vlaanderen. Niet zonder reden, want dit jaar zijn in de finale ook weer de beruchte plugstreets opgenomen. Vanaf dat moment moeten de renners binnen tien kilometer Hill 63, Christmas Truce en The Catacombs overleven. Dit zijn half onverharde stroken van in totaal zo’n vijf kilometer in het Bos van Ploegsteert, die de organisatie heeft opgenomen als eerbetoon aan de slachtoffers van de bloedige strijd die er in en rondom Ploegsteert plaatsvonden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Na de laatste strook rijdt het peloton weer naar Dranouter, om daar rechtsaf te slaan en nog eens de tweetrapsraket MontebergKemmelberg af te werken. Vanaf de top van die laatste helling is het nog 23,5 kilometer naar de finish op de Grote Markt in Ieper.

Afstand: 177 kilometer
Start: 10.00 uur
Finish: tussen 14.27 uur en 14.52 uur


Favorieten

Omdat het beloftenpeloton op leeftijd werkt en dus jaarlijks wisselt van samenstelling, is het doorgaans al lastig om favorieten voor dit soort wedstrijden aan te wijzen. Omdat corona de laatste twee edities in haar macht had en bijvoorbeeld ook de Ronde van Vlaanderen U23 en Parijs-Roubaix U23 niet doorgingen in die jaren, is het zo’n beetje de eerste kasseienkoers voor het gros van dit peloton. Slechts acht van de in totaal 138 renners aan het vertrek, waren er in 2019 ook al bij. Voor al de rest van deze jongens is deze editie van Gent-Wevelgem U23 de allereerste die ze zullen rijden. Hoe liggen de krachtsverschillen?

Traditiegetrouw kun je het in bijna iedere voorbeschouwing op een beloftenkoers opschrijven: de Scandinaviërs starten met sterke blokken. Het is met name uitkijken naar Noorwegen. Zij brengen namelijk Søren Wærenskjold aan het vertrek. Het toptalent (22) is bezig aan zijn tweede jaar als prof bij Uno-X en is gemaakt voor dit soort klassiekers. De laatste weken werd hij onder meer achttiende in Nokere Koerse, zevende in de Bredene-Koksijde Classic en negentiende in Brugge-De Panne. Ook in de Ronde van Drenthe zat hij mee, maar wierp materiaalpech hem terug. Met andere woorden: Wærenskjold is het aan zijn stand verplicht om te winnen. In 2018 werd hij hier al eens tweede bij de junioren.

Krachtpatser Søren Wærenskjold staat voor zijn grote doorbraak – foto: Uno-X

Zijn voornaamste tegenstander komt uit Nederland. Vierdejaarsbelofte Rick Pluimers is het eerstvolgende talent van Jumbo-Visma Development dat op de nominatielijst staat om een profcontract te tekenen. Hij geldt als een groot talent voor dit soort klassiekers. Pluimers is een echte teamplayer en rijdt in finales vaak in ondersteuningen van een ander.

In de Visit Fryslân Elfsteden Race (zesde) was dat voor Mick van Dijke, in de Ronde van Drenthe (tiende) was dat voor eveneens Van Dijke en Timo Roosen. Pluimers reed toen mee met het WorldTour-team en maakte indruk met zijn koersinzicht. Hij won in 2018 als junior bovendien Menen-Kemmel-Menen, die ook loopt over de finalelus van deze wedstrijd.

Hoewel de Nederlander niet te onderschatten is in een sprintje na zo’n zware wedstrijd, moet hij normaal gesproken niet naar de streep rijden met Wærenskjold. In het geval van een aanval kan hij een bondgenoot vinden in een van de Noors dagelijkse ploegmaats bij Uno-X: William Blume Levy uit Denemarken. Door de coronapandemie heeft hij het nog niet kunnen laten zien, maar ook hij kan uitstekend uit de voeten op kasseien.

Als junior werd hij in 2019 elfde in Parijs-Roubaix en won Levy de Ronde van Vlaanderen, waar hij een jaar eerder ook al vijfde werd. Ook de 21-jarige Deen is in orde: Vorige week woensdag werd hij dertiende in de GP Denain bij de profs. Vorig jaar won hij ook de gravelkoers Gylne Gutuer.

Wanneer het onverhoopt toch samentroept na de laatste beklimming van de Kemmelberg, dan is Wærenskjold normaal gesproken dus spekkoper. Maar hij moet zich niet gewonnen wanen als Sean Flynn nog mee zit. De 22-jarige Brit noteerde tot voor 2021 nog geen klinkende resultaten, maar dat veranderde vorig jaar volledig in dienst van SEG Racing Academy.

De jongeling vliegt onder de radar, maar wie tussen de regels doorleest weet genoeg: twaalfde in de GP Marcel Kint (1.1), tiende in Nederlands zwaarste nationale klassieker de Eurode Omloop, twaalfde in de Omloop van het Houtland (1.1), achtste in de Dorpenomloop Rucphen en vijftiende in de Ronde van Drenthe. Flynn overleeft zware profkoersen en heeft daarna een zeer sterk eindschot in de benen. Ook zijn vorm is op punt.

Wanneer we naar de Belgen op de startlijst kijken, komen we pas heel laat bij een serieuze kanshebber op de zege. Dat is Dries De Pooter, die hier namens de Vlaamse selectie aan de start staat. Het 19-jarige reed vorig jaar nog bij het gerenommeerde SEG Racing Academy, verdedigt nu de kleuren van talentenfabriek Hagens Berman Axeon én heeft intussen ook een driejarige profcontract getekend bij Intermarché-Wanty-Gobert dat ingaat per 1 januari 2023.

Dat is niet voor niets, want als stagiair maakte hij afgelopen najaar indruk bij de ploeg van Aike Visbeek. Daarnaast werd De Pooter dertiende in de GP Jef Scherens (1.1), zevende in de Ster van Zwolle (1.2) en was de Belg sterk in de heuvelritten van de Vredeskoers.

Dries De Pooter droeg al het shirt van zijn toekomstige ploeg – foto: CyclingMedia Agency/IWG

Hoewel Wærenskjold de absolute topfavoriet is, brengt Noorwegen ook een aantal schaduwpionnen aan de start. Een van hen is de net 19-jarige Stian Fredheim. De jongeling maakte deze winter de overstap van de junioren naar de beloften. Insiders waarschuwden eind 2021 dat junioren mogelijk zouden verzuipen bij de beloften, omdat ze vanwege de coronapandemie de laatste twee jaar amper konden koersen.

“Mij niet gezien”, zal Fredheim gedacht hebben. De Noor van DARE Development werd vorige week nog zesde in Olympia’s Tour. Hij reed attent in de laatste twee waaieretappes en hij werd achtste op de VAM-berg. Na een lastige koers is hij ook katterap. En hadden we al gezegd dat hij in oktober een apocalyptische editie van Parijs-Roubaix won, op dezelfde dag als de profs?

Ga niet met de Noren klaverjassen zondag. Ze hebben namelijk nóg een troef achter de hand. Dat is overigens iemand die van de Haagse stranden houdt: Per Strand Hagenes. Zonder gekheid: we hebben het hier over de huidige wereldkampioen bij de junioren. De kwaliteiten van het 18-jarige toptalent van Jumbo-Visma Development staan buiten kijf.

Als laatstejaars U19 eindigde hij van al zijn koersen, alleen op het EK tijdrijden (zesde) buiten het podium. Hagenes is een zeer sterke allrounder, die net als zijn landgenoten óók al een sterk eindschot heeft. Dat leverde hem dus WK-goud op én EK-zilver op de wegrit. Daarnaast werd hij derde in Parijs-Roubaix, waar hij in een sprintje met drie de spurt aantrok voor Fredheim.

Ook de Britten hebben meerdere paarden om op te wedden. Waarschijnlijk houden ze Flynn achter de hand mocht het uitdraaien op een sprint met een elitegroep. Om uit de vuurlinie te blijven, kunnen ze Sam Watson naar het front sturen. De 20-jarige allrounder uit Leeds (Yorkshire) deed al tests bij Alpecin-Fenix en rijdt normaliter voor de opleidingsploeg van Groupama-FDJ. Als junior stond hij hier in 2019 overigens al eens op het podium. Na Quinn Simmons en Lewis Askey werd hij derde. Rijd in een klein groepje trouwens ook niet blind naar de meet mat Watson, want hij beschikt ook al over snelle benen na een lange en lastige koers. Onlangs werd de jonge Brit al negentiende in de Grote Prijs Jean-Pierre Monseré.

Bij de junioren was het in 2021 vaak een driestrijd tussen Uijtdebroeks en Hagenes, met de verbeten Fransman Romain Grégoire (19). In het najaar was hij een speelbal in een transferspel. Hij genoot zijn opleiding bij de junioren van AG2R Citroën, maar Vincent Lavenu vond het te vroeg voor een profcontract. Omdat de U23-ploeg van AG2R geen Continental-ploeg is, kon Grégoire geen profkoersen rijden.

Door de mixregel kan dat bij Groupama-FDJ U23 wél en daarop maakte hij de gevoelige overstap. Intussen werkte de regerend Europees kampioen U19 al vier profkoersen af. Hij werd in 2021 ook tweede op het WK, vijfde in Parijs-Roubaix en hij won op de Zeeuwse kasseien de slotrit in de Driedaagse van de Axel.

Omdat de kans op waaiers in Gent-Wevelgem/Kattekoers U23 sinds 2016 altijd bepalend geweest zijn, hoeft een renner niet per se uit te blinken op kasseien om in de finale mee te zitten. Wat dat betreft moeten we ook zeker Tim Torn Teutenberg opschrijven. De 19-jarige Duitser heeft in wedstrijdverband op het hoogste niveau amper op kasseien gereden.

De renner van Leopard hield zich in Nederland de voorbije weken tijdens waaiers echter uitstekend staande. In de Visit Fryslân Elfsteden Race zat hij mee in de eerste waaier en werd hij negende. Dat was ook zijn plaats in het eindklassement van Olympia’s Tour, dat ook gekenmerkt werd door vele waaiers. Vooral tijdens de laatste ritten was hij opnieuw attent.

De koers is de jonge Duitser – die ook uitstekend op de baan uit de voeten kan – overigens met de paplepel ingegoten. Hij is de zoon van Sven Teutenberg, ploegleider bij BORA-hansgrohe. Zijn zus Lea Lin is al prof Ceratizit-WNT. Meer bekend uit dezelfde familie uit Düsseldorf zijn TTT’s oom Sven Teutenberg (ex-prof bij het obscure rijtje Telekom, Wordperfect (de voorloper van Rabobank), US Postal, Gerolsteiner, Festina en Phonak én daarnaast een van de beste vrienden van Jan Ullrich) en diens tante Ina-Yoko Teutenberg. Zij won als sprintster brons op het WK in 2011, twee jaar nadat ze de Ronde van Vlaanderen op haar palmares zette. Ook won ze liefst dertien ritten in de Giro d’Italia en 21 etappes in de Tour de l’Aude. Tegenwoordig is ze de baas bij het vrouwenteam van Trek-Segafredo.

Terug naar de koers. De tien grootste favorieten hebben we gehad. Maar in een koers waar waaiers al zo vroeg in de wedstrijd invloed hebben op de uitslag, mogen we ook zeker een aantal outsiders niet vergeten. Voor de verandering beginnen we nog maar eens bij Noorwegen. Ook Sakarias Koller Løland (20) kan dit werk aan en hij is snel aan de meet.

Sprinter Tord Gudmestad (die vorig jaar in z’n eentje Noors kampioen U23 werd tegen een heel leger Uno-X-talenten) is niet meteen haantje de voorste op de kasseien, maar neem hem niet mee naar de finish in Ieper. Dat geldt ook voor Teutenbergs landgenoot Leslie Lührs, het oudere broertje van BORA-hansgrohe-prof Luis-Joe. Hij werd negende in Rucphen.

Løland vond Olympia’s Tour maar wat slaapverwekkend – foto: Cor Vos

Nederland kan naast Pluimers ook rekenen op Lars Boven, die in het verleden ook goed uit de voeten kon op dit soort parcoursen. De proloogspecialist hikt al wel een tijdje tegen een goed resultaat aan. Maar het is vooral uitkijken naar Roel van Sintmaartensdijk. De 20-jarige renner van VolkerWessels reed vorige week een steady Olympia’s Tour, waarin hij vierde werd en het jongerenklassement pakte. Vorig jaar won hij in Nederland bovendien de nationale kasseienklassieker Omloop van de Braakman, voor gekende specialist en local hero Jarno Mobach.

Italië is ook een gevestigde orde in dit soort wedstrijden, maar heel grote namen nemen ze niet mee naar Ieper. Sprinters Nicola Buratti en Davide Persico (afgelopen week nog derde in de Youngster Coast Challenge) zijn bij hen de grootste kanshebbers.

Hoe zit het met de Belgen dan? Die hebben met Alec Segaert een heel grote outsider in de gelederen. We kennen de 19-jarige Belg van Lotto Soudal vooral als tijdrijder (hij won het EK bij de junioren afgelopen jaar), maar hij werd toch ook tweede in die doorregende versie van Parijs-Roubaix U19. De laatste weken kwam hij wel nog niet bovendrijven. Bij de Belgische selectie is het daarnaast uitkijken naar een aantal talentvolle snelle mannen, met Luca De Meester voorop.

De Pooter rijdt dus voor de Vlaamse selectie, waar hij ook Jumbo-Visma U23-renner Axandre Van Petegem (20) als ploegmaat heeft. Hij is geen uitblinker tot op heden, maar wel de zoon van Peter Van Petegem. De Zwarte van Brakel won twee keer de Ronde van Vlaanderen en eenmaal Parijs-Roubaix. Als Axandre ook maar een beetje heeft…

Alec Segaert – foto: Cor Vos

Daarnaast is het ook uitkijken geblazen naar sterke eenlingen die kunnen profiteren van het werk dat de grote ploegen zullen moeten doen. Denk dan aan Lukáš Kubiš. De 22-jarige Slowaak kon vorig jaar al rekenen op interesse van profploegen, maar rijpt nog een jaar verder bij de beloften. Hij haalt zijn beste resultaten opvallenderwijs vaak tijdens Afrikaanse rittenkoersen en wedstrijden in de Balkan en Oost-Europa. Hij werd vorig jaar echter ook sterk elfde in de Tour de Wallonie, gewonnen door Christophe Laporte.

Ook de Zwitser Fabio Christen (19) is niet te onderschatten. Hij klimt sterk, maar was de voorbije ook op dreef in een aantal vlakkere koersen zoals in de Youngster Coast Challenge. De renner van de opleidingsploeg van EF Education-EasyPost werd ook vierde in de Istrian Spring Trophy.

Nog zo’n eenling die je niet mag uitvlakken, is Dylan Bibic. Het Canadese baanfenomen (hij won afgelopen najaar alle tien de nationale titels bij de junioren, zowel op de sprint- als duuronderdelen) werd in het najaar van 2021 wereldkampioen Puntenkoers bij de junioren en maakte in ook op de weg in Europa zijn eerste stapjes. De 18-jarige sprinter won in België de GP Roger De Coninck en hij werd derde in de Trofee Maarten Wynants, maar op kasseien maakte hij nog geen al te beste indruk.

Dat deden ook de drie kleppers uit Estland niet, maar zijn kunnen als blok best eens voor een verrassing zorgen zondag. Madis Mihkels (18) heeft al een profcontract bij Intermarché-Wanty-Gobert op zak en heeft na een lastige koers een ijzersterke sprint. Dat geldt ook voor Raït Ärm, de sprinter van Groupama-FDJ U23. En dan hebben ze ook nog tweedejaars prof Markus Pajur (Arkéa Samsic) mee. Hij zou niet de eerste renner zijn die door die ervaring en hardheid zijn leeftijdsgenoten de loef afsteekt.

Wat kan Dylan Bibic? – foto: Cor Vos

Bij de andere grote blokken mogen we ook Robert Donaldson (Groot-Brittanië) niet vergeten; dat is nu net zo’n iemand die uit het niets hier kan winnen. Bij Frankrijk hebben ze ook meerdere pionnen. En dat zijn niet de minsten. Nationaal beloftenkampioen Valentin Retailleau (21) van AG2R Citroën U23 komt altijd bovendrijven in lastige, heuvelachtige wedstrijden. Vorig jaar werd hij bovendien derde in de Tour de Bretagne, dan weet je dat je ook in dit soort wedstrijden tot je recht komt.

De grootste dark horse schuilt ook bij de Fransen: Louis Barré. De 21-jarige renner van Nantes Atlantique reed dit jaar al dertien profkoersen. Zonder resultaat, maar vorig jaar werd hij wel vierde in Luik-Bastenaken-Luik U23 en zevende op het EK. Barré was als junior in 2019 hier al eens vierde. Opgepast!

Waaier-alarm!
Hoewel de wind niet meteen heel hard lijkt te waaien komende zondag, staat ze vooral in de eerste veertig kilometer van de Kattekoers ideaal om de boel op de kant te gooien. Wanneer er daar waaiers ontstaan en die blijven van kracht tot in Veurne, dan staat de wind kort daarna in De Moeren schuin in de rug.

Het tempo in het peloton zal in die fase lange tijd heel hoog liggen, omdat de wind dan zo’n vijftig kilometer lang nagenoeg constant in de rug staat. Terugkeren om zaken recht te zetten, zal daarom heel lastig zijn. Wie dus in het eerste wedstrijduur achteropraakt, lijkt om die reden vrijwel uitgesloten om te winnen in Ieper.


Favorieten volgens WielerFlits
**** Søren Wærenskjold
*** Rick Pluimers, William Blume Levy
** Sean Flynn, Dries De Pooter, Stian Fredheim
* Per Strand Hagenes, Sam Watson, Romain Grégoire, Tim Torn Teutenberg

Website organisatie
Voorlopige deelnemerslijst (FirstCycling)


Weer en TV

De weergoden zijn de beloften zondag goed gezind. Er is door Weeronline geen regen voorspeld, al is het waarschijnlijk wel redelijk grauw bewolkt. Het kwik stijgt ’s middags naar zo’n twaalf graden Celsius, waarbij er windkracht drie tot vier staat vanuit het noorden. Daardoor kan het waaierspektakel weleens losbarsten vóór Veurne, in plaats van kort daarna in De Moeren. Daar staat de wind tot aan de finale zo goed als in de rug. Het eerste wedstrijduur belooft bijzonder nerveus te zijn.

Helaas is er op tv niets te zien van deze mooie koers, maar via de Volg Hier van WielerFlits kun je het wedstrijdverloop bespreken.


Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.