Over de Redoute en Roche-aux-Faucons: dit is het parcours van Luik-Bastenaken-Luik
Zondag is het met Luik-Bastenaken-Luik alweer tijd voor het laatste monument van het voorjaar. Volgens velen is het de zwaarste klassieker op de kalender door het vele klimwerk. Zo krijgen de mannen zo’n 4.400 hoogtemeters voor de kiezen en moet het vrouwenpeloton dealen met meer dan 2.800 hoogtemeters. Wielerflits zet het parcours graag voor u uiteen!
Mannenparcours
Het parcours van Luik-Bastenaken-Luik is ook dit jaar voer voor klimmers. De vertrekken vanaf de Quai des Ardennes in Luik. 259 kilometer later komen ze daar terug aan in Luik. Ondanks de vele hellende wegen in de eerste honderd kilometer, moeten we hier nog niet meteen verschillen verwachten. De eerste twee uren zijn ideaal voor vroege vluchters, die tot het keerpunt in Bastenaken hun voorsprong kunnen uitdiepen. Al is het heuvelachtige terrein natuurlijk nooit simpel.
De eerste (Côte de Saint-Roch) van elf beklimmingen hebben de renners dan al gehad. Na 119 kilometer volgt met de Col de Haussire al een tweede helling. De twee hellingen zullen echter geen rol van betekenis spelen. Interessanter is de fase vanaf we driemaal drie bekende, pittige hellingen kort na elkaar krijgen. Die opeenvolging doet de finale zonder twijfel openbreken vanaf een kleine tachtig kilometer van de aankomst.
De de Côte de Wanne , de Côte de Stockeu – die we beter kennen vanwege het Eddy Merckx-standbeeld – en de Côte de la Haute-Levée liggen nog wat dichter op elkaar dan de voorbije jaren, in een tijdsbestek van amper tien kilometer. Na een nog altijd heuvelachtig tussenstuk de Col du Rosier, de nieuwe Côte du Maquisard en Côte de Desnié binnen twintig kilometer van elkaar.
-
Lees ook Voorbeschouwing: Luik-Bastenaken-Luik 2026 - Kunnen Seixas en Evenepoel iets tegen Pogacar?

Het beeld van Eddy Merckx op de Côte de Stockeu – foto: Fotopersbureau Cor Vos
Na de Desnié kruist het peloton zich via een uitloper en een snelle afdaling met de weg die ze in de beginfase gereden hebben in de richting van Bastenaken. Wie toen naar rechts had gekeken, had de befaamde Côte de la Redoute al zien liggen. Deze is – net als vorig jaar – amper 1,6 kilometer lang. De La Rédoute doet de renners immers al zo’n driehonderd meter voor de top naar rechts afslaan, waarna er met de Côte de Cornémone meteen een nieuwe helling volgt.
La Rédoute is dus meer dan ooit de scherprechter in Luik-Bastenaken-Luik, en bijgevolg de opener van de finale op dertig kilometer van de streep. Snel daarna volgtde Côte des Forges, waardoor het verschil tussen La Rédoute en de Côte de la Roche-aux-Faucons relatief klein blijft. Die helling kennen we beter als de Valkenrots, waarvan de top zich op dik dertien kilometer voor de streep bevindt.
Wie denkt dat het klimwerk er dan op zit, komt bedrogen uit. Na een korte afdaling krijgen de renners uit Méry nog een vervelende uitloper van de Valkenrots onder de wielen. Op soms slecht bollend beton moeten de coureurs nog uitschieters tot 10% wegtrappen. Vanuit Boncelles is het dan nog tien kilometer naar de streep, die op de brede baan in de Quai des Ardennes ligt.
Liège-Bastogne-Liège


Vrouwenparcours
Wie al eens heeft gefietst in het gebied tussen Luik en Bastenaken weet dat biljartvlakke wegen er weinig voorkomen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er een zeer heuvelachtige route ligt te wachten op het peloton. Net als in 2025 is het aantal af te leggen hellingen tien, toch zijn er enkele wijzigingen te bespeuren.
Vanaf de Place McAuliffe met de bekende Shermantank, in het hart van de stad der bastognekoeken, golfden de rensters voorgaande jaren richting Houffalize, voor de beklimming van de fotogenieke Côte de Saint-Roch. Echter is deze beklimming vervangen door een toerke naar La Roche-en-Ardenne, voor een nog veel zwaardere beklimming. De simpelweg afschuwelijke met bomen omzoomde martelkamer die de Col de Haussire wordt genoemd.
Goed, goed, de coureurs nemen niet de kant die door klimbijbel COTACOL tot allerzwaarste klim van België is bestempeld, maar ze zal er desondanks toch lekker inhakken. Vooral het laatste deel, dat helemaal tot het plakkaat ter nagedachtenis aan Claude Criquielion leidt. En lekker lang uitpuffen zit er ook al niet in, omdat na een korte afzink naar Baraque de Fraiture moet worden geklommen. Geen klim waar knaken op te verdienen zijn, wel hoogtemeters die in de benen zullen kruipen, want nog 151 meter hoger dan de top van de Col de Haussire.

foto: Fotopersburo Cor Vos
Vanaf het hoogste punt van het Plateau des Tailles, gaat het gelukkig wel een kilometer of twintig in dalende lijn, maar vanaf vanaf dan krijgt het wedstrijdprofiel ongeveer de vorm van het lemmet van het betere kartelmes. Op de Côte de Wanne zullen een hoop rensters al een inschatting kunnen maken van hun kansen, en anders gebeurt dat wel op de flanken van de ook al zo akelig steile Côte de Stockeu.
Een nieuwe afdaling brengt de karavaan richting het plezierige stadje Stavelot, al zullen een hoop rensters vermoedelijk niet al te veel plezier beleven aan de pittige Haute-Levée, die met name in het begin behoorlijk heftig uit de hoek kan komen. Schoonheidsprijzen zal deze vierde klim van de dag vermoedelijk niet snel krijgen. In de westelijke uitloper van het Rijnlands leisteenplateau zijn dan ook veel mooiere beklimmingen te vinden.
Neem de Col du Rosier, een onvervalst pareltje op het traject richting Spa. Daar zit een bezoekje aan de plaatselijke thermen, sinds 2021 op de UNESCO-Werelderfgoedlijst als onderdeel van de historische kuuroorden van Europa, er niet in, hoewel veel rensters er dan ongetwijfeld naar verlangen na een lang, zwaar voorjaar. Net buiten Spa wachten immers snel twee nieuwe beklimmingen.
Liège-Bastogne-Liège Femmes

Waar eerder er direct koers werd gezet naar de Côte de Desnié, wordt dit jaar eerst de Col du Maquisard nog aangedaan. Zeker geen makkie, maar de helling stelt niets voor vergeleken met wat daarop volgt. Dat is namelijk de mythische Côte de La Redoute, voor wielerliefhebbers misschien wel de beroemdste parallelweg ter wereld, waar al vaker de beslissende demarrage werd geplaatst.
Vanaf hier geen verrassingen meer. Na de Redoute (en diens uitloper) verschijnt de Côte des Forges in het parcours. Daarna wacht er nog één beklimming om het af te leren. De Côte de la Roche-aux-Faucons is een genadeloze tweetrapsraket. Het deel dat vermeld staat in de technische gids is al pittig, maar dat tweede deel, niet geklassificeerd in het rondeboek, doet het ‘m vaak. Hierna gaat het in dalende lijn richting de Quai des Ardennes. Op enkele meters van de plek waar de Ourthe in de Maas stroomt, weten we tenslotte wie er met de overwinning vandoor gaat.
Luik-Bastenaken-Luik — of in het geval van de vrouwenkoers: Bastenaken-Luik —, het is een prachtig parcours, waarin het hele leven voorbijkomt. Dan weer lyrisch mooi, zoals in Stavelot of op de flanken van de Rosier. Dan weer ontzettend lelijk — looking at you, Haute-Levée. Om over het binnenrijden van Luik nog maar te zwijgen. En afzien zal het ook worden. Soms wordt het naar boven kruipen. Soms wordt het in volle euforie in volle vaart afdalen, waarmee het soms flirten is met het ongeluk. Helemaal aan het einde hoopt iedereen te kunnen zeggen: het was mooi zo.

Om te reageren moet je ingelogd zijn.