Tien neoprofs om op te letten in 2019
foto: Cor Vos 2019
dinsdag 15 januari 2019 om 10:00

Tien neoprofs om op te letten in 2019

Special Voor het derde jaar op rij presenteert WielerFlits tien eerstejaars neoprofs die het overwegen waard zijn om een heel jaar te volgen. Welke jongeling bekijk jij in 2019 met argusogen en van wie verwacht je het meest? Op geheel willekeurige volgorde, volgen hier tien neoprofs.

De nieuwe Tourspecial van RIDE Magazine is een must-have voor echte wielerfans! Onze nieuwe 236 pagina’s dikke zomer-editie is de meest complete Tourgids van deze zomer en staat vol met schitterende wielerverhalen over o.a. Tadej Pogacar, Remco Evenepoel, Fabio Jakobsen, Gio Lippens, Christian Prudhomme en Charlotte Kool. Verzeker je van een heerlijke sportzomer en bestel hem nu online voor slechts € 9,95. Wil je RIDE extra voordelig ontvangen? Neem dan nu een abonnement en ontvang 20% korting!

Regels
Neoprofs hebben een bijzondere status binnen het peloton. Ploegen zijn verplicht om deze renners in ieder geval een contract aan te bieden voor twee jaar. Maar wanneer mogen renners zich nu precies neoprof noemen? Als een coureur zich uiterlijk in zijn 25ste levensjaar voor het eerst aansluit bij een ProContinental-team of een WorldTour-ploeg, mag hij of zij zich neoprof noemen. Zo geniet Taco van der Hoorn die status komend jaar niet meer. Hij reed immers al twee seizoenen bij Roompot-Nederlandse Loterij.

Neoprof ben je dus altijd in de eerste twee jaren als beroepsrenner. Hierdoor is Pascal Eenkhoorn (Jumbo-Visma) komend seizoen nog altijd een neoprof. Bovendien is er een regel die voorschrijft dat renners twee en een half jaar neoprof zijn, mits zij na 30 juni van een desbetreffend jaar een contract hebben getekend. Benoît Cosnefroy van AG2R La Mondiale, bijvoorbeeld. Om het gemakkelijk en begrijpbaar te houden kiest WielerFlits in dit lijstje – in compleet willekeurige volgorde – voor eerstejaars profs. Bekijk hier de lichtingen van 2016, 2017 en 2018.


10. flag-za Stefan de Bod (22) – Dimension Data

foto: Cor Vos 2018

Het wielrennen in Afrika is steeds meer in trek. Louis Meintjes, Merhawi Kudus en Tsgabu Grmay zijn enkele voorbeelden van renners die actief zijn op WorldTour-niveau. De een succesvoller dan de ander. Bij de beloften staan er enkele Afrikaanse talenten op. Dat komt vooral door Dimension Data for Qhubeka U23, dat haar hoofdkwartier in Italië heeft. Jonge Afrikanen kunnen zich daardoor ook buiten het eigen continent meten met hun leeftijdsgenoten. Of dat iets heeft opgeleverd, kunnen we pas over een jaar of tien beoordelen.

Wat dat betreft is het uitermate interessant om de ontwikkeling van Stefan de Bod te volgen. Waar hij de laatste paar seizoenen vooral als tijdrijder indruk maakte, bleek hij in 2018 ook in staat om lastige eendagskoersen te winnen. Na zijn nationale tijdrittitel en de door hem gewonnen nationale koers Tour of Good Hope, trok de 22-jarige Zuid-Afrikaan naar Europa. Daar wist hij eind maart op indrukwekkende wijze naar de zege in Strade Bianche voor beloften te rijden, een nationale koers in Italië. De nummer twee volgde op ruim twee en een halve minuut.

Anderhalve week later toonde De Bod zich ook de beste in de lastige GP Palio del Recioto (1.2U), eveneens in Italië. Dat hij bij de beste tijdrijders van zijn leeftijdsgenoten hoort, bewees hij tevens in de Giro d’Italia U23 (vierde in de afsluitende tijdrit) en de Giro della Valle d’Aosta (tweede in klimproloog). In het najaar was de Zuid-Afrikaan goed voor een achtste plek op het WK Tijdrijden voor beloften, alsmede in de Ronde van Lombardije U23. Tijdens de wegwedstrijd van het WK eindigde De Bod als achttiende. Dimension Data besloot hem daarna te promoveren.


9. flag-es Manuel Peñalver (20) – Burgos-BH

foto: Burgos-BH

Wat hebben José Joaquin Rojas, Iñaki Isasi en wijlen Isaac Gálvez met elkaar gemeen? De drie Spanjaarden zijn of waren sprinter van beroep, terwijl verreweg de meeste van hun landgenoten vooral als klimmers te boek staan. Toch lijkt er zich een nieuwe snelle man met Spaanse invloeden aan te doen. Maar voor Manuel Peñalver is het te hopen dat hij over tien jaar kan zeggen dat hij de opvolger van Óscar Freire was. De 20-jarige Spanjaard is nog jong, maar hij weet zich goed te plaatsen in massasprints. Dat lukte hem ook al tussen de profs.

Met Freire, Alberto Contador en Joaquim Rodríguez stopten de vaandeldragers van het Spaanse wielrennen de laatste jaren met koersen. Van die topgeneratie is alleen wereldkampioen Alejandro Valverde nog actief. Naast Mikel Landa, lijken de volgende talenten zich eindelijk aan te doen. Enric Mas is daarvan het beste voorbeeld, maar wellicht kan Peñalver zich daar de komende jaren bijvoegen. Hij reed het voorbije seizoen voor het Bulgaarse Continental-team Trevigiani-Phonix-Hemus 1896, maar dat was meer een bonte verzameling jonge renners.

Desondanks drukte de Spanjaard zijn stempel. In het begin van het seizoen smeet hij zich in de Vuelta a San Juan en Colombia Oro y Paz, waar hij diverse ereplaatsen noteerde. Een wat zwaarder programma wierp aan het einde van het seizoen zijn vruchten af. Peñalver wist in China namelijk zijn eerste profzege te boeken. Dat deed hij in de slotrit van de Tour of China I, waar hij onder meer de maat nam van Juan Sébastian Molano en Jakub Mareczko. Met zijn resultaten verdiende de Spanjaard een transfer naar én een profcontract bij Burgos-BH.


8. flag-co Alejandro Osorio (20) – Nippo-Vini Fantini-Faizanè

foto: IsolaPress

Colombia staat de laatste jaren centraal als het gaat om het ontdekken van jong talent. Miguel Ángel López, Fernando Gaviria en natuurlijk Egan Arley Bernal zijn daar voorbeelden van. Dat terwijl het Zuid-Amerikaanse land met Johan Esteban Chaves, Sergio Henao, Nairo Quintana en Rigoberto Urán tien jaar geleden al een gouden generatie dacht te hebben. Maar ook de nieuwe jonge lichting die eraan komt, barst van het talent. Dat kwam vooral tot uiting in de Giro U23, waar de Colombianen liefst drie etappes wonnen met verschillende renners.

De jongste van het drietal, lijkt over het meeste talent te beschikken. De naam: Alejandro Osorio, nog altijd twintig lentes jong. Wat de jongeling voor heeft op zijn meeste landgenoten, is dat hij naast een gevleugelde klimmer óók een goede tijdrit in zijn benen heeft. Mede daardoor werd hij begin 2018 tweede in de Ronde van Colombia voor beloften, een goede graadmeter voor al het geweld wat er uit dat land komt. Vaak is het voor hen lastig om dit eveneens in Europa te tentoonspreiden, maar dat gold niet voor Osorio.

In de Giro U23 sloeg hij in de eerste de beste rit met aankomst bergop meteen een dubbelslag. Hij pakte daarna nog eens twee keer de leiding in het klassement. Uiteindelijk eindigde Osorio als zesde in het eindklassement. In de Ronde van de Toekomst kende hij in de bergetappe naar Val d’Isère een slechte dag, waardoor hij geen rol van betekenis kon spelen in het klassement. Wel veroverde hij door drie goede bergritten de bolletjestrui. Astana was geïnteresseerd en testte het rondetalent naar verluidt, maar uiteindelijk sloeg Nippo-Vini Fantini-Faizanè toe.


7. flag-au Robert Stannard (20) – Mitchelton-Scott

foto: Cor Vos 2018

Het talent in Australië op het gebied van klimmers en het rondewerk lijkt de laatste jaren maar niet op te houden. Denk maar eens aan Robert Power, Jack Haig, Lucas Hamilton, Jai Hindley en Michael Storer. Toch moeten zij nog duidelijk acclimatiseren aan het profpeloton. Maar het volgende toptalent dient zich alweer aan. Alhoewel Robert Stannard geboren werd als Nieuw-Zeelander, besloot hij in 2017 om van nationaliteit te wisselen. Vandaar ook dat hij in dat seizoen niet voor Delta Cycling Rotterdam reed, maar voor Mitchelton-BikeExchange.

Dat heeft hem geen windeieren gelegd. Het voorbije seizoen reed hij met enorme regelmaat mooie resultaten bijeen. Na een begin in Oceanië, trok hij via de UAE Tour naar Europa. Daar wist Stannard meteen als tweede te eindigen in de Trofeo PIVA, om een dag later de Giro del Belvedere te winnen. Vijf dagen daarna besloot hij de Ronde van Vlaanderen vervolgens als derde. In de Tour de Bretagne die volgde, liet hij eveneens een hoog niveau optekenen. Hij profiteerde daarvan in de laatste, heuvelachtige rit. Daar kon Stannard het zegegebaar maken.

De jonge Aussie is heel allround en lijkt alle facetten van het wielrennen te beheersen. Ook in het rondewerk behoort hij tot de grootste talenten. Zo werd hij derde in de Giro U23, waar hij de afsluitende tijdrit op zijn naam wist te zetten. Hij nam vervolgens een rustpauze, waarna hij meteen aanknoopte met winst in de GP Poggiana (1.2U). In de Ronde van de Toekomst stelde hij teleur en kende hij vooral op de laatste dag een enorme terugslag. Twee maanden daarna won hij dan wel weer de Ronde van Lombardije U23. Tot wat voor renner groeit Stannard uit?


6. flag-de Max Kanter (21) – Sunweb

foto: Team Sunweb

Het sprintgeweld in Duitsland kent zijn weerga niet. Marcel Kittel, John Degenkolb, sinds het laatste seizoen ook Pascal Ackermann en in iets mindere mate Phil Bauhaus en Max Walscheid zijn daarvan de beste voorbeelden. De volgende snelheidsduivel doet zich alweer aan. Sunweb wist zich namelijk te verzekeren van Max Kanter, die ze zelf hebben opgeleid. De 21-jarige jongeling uit Cottbus staat al jaren te boek als een groot talent. Niet alleen omdat hij katterap is, ook omdat hij lastigere wedstrijden aankan en daarnaast durft te koersen als het nodig is.

Kanter begon zijn seizoen in Kroatië en deed het daar oké. Vervolgens trok hij naar Gent-Wevelgem, waar hij de sprint voor plek acht wist te winnen. Ook in de Ronde van Vlaanderen was hij de snelste van de elitegroep, ware het niet dat James Whelan net daarvoor solo over de meet was gekomen. In de daaropvolgende ZLM Tour U23 (wederom Nation’s Cup) draaide ‘t wel uit op een massasprint, maar moest Kanter buigen voor Matteo Moschetti en Sasha Weemaes. Intrinsiek twee snellere mannen, terwijl Kanter juist meer op een type-Degenkolb lijkt.

Dat hij niet altijd gokt op zijn sprint, liet Kanter zien tijdens de Ronde van Overijssel. Daar had hij rustig op de sprint kunnen wachten, maar besloot hij toch in de finale voor de aanval te kiezen. Het mocht uiteindelijk niet baten, maar hij won hij alsnog de sprint om plek drie. Winnen bleek lastig, tot het Duits kampioenschap U23 op de weg. Daar verdedigde Kanter met succes zijn titel. Daarna zou hij ook nog de openingsrit in de Tour de l’Avenir op zijn naam schrijven en twee keer winnen in Olympia’s Tour. In de slotrit van de PostNord Danmark Rundt (2.HC) werd hij tweede.


5. flag-be Remco Evenepoel (18) – Deceuninck-Quick-Step

Remco Evenepoel

foto: © Sigrid Eggers | Deceuninck – Quick-Step Cycling Team

België is in de ban van de nieuwe Eddy Merckx. Amper achttien jaar oud, maakt Remco Evenepoel komend jaar zijn debuut bij Deceuninck-Quick-Step. De piepjonge telg slaat de beloftecategorie helemaal over. Insiders betwisten of dat een goede beslissing is, maar dat gaat de toekomst uitwijzen. Wel staat vast dat Evenepoel een fenomeen is nog voordat zijn profcarrière een wedstrijdkilometer lang is. De ex-jeugdvoetballer van PSV was afgelopen jaar namelijk drie klassen apart in het juniorencircuit. De verwachtingen zijn alvast torenhoog.

Evenepoel werkte afgelopen jaar volgens statistiekenwebsite ProCyclingStats in totaal 27 koersdagen af. Daarin was hij – gaat u even zitten – maar liefst 23 keer zegezeker. Klassiekers, tijdritten, rondewerk, niets was hem te gek. Meest teleurstellende prestaties: elfde in Gent-Wevelgem U19 en buiten tijd in Parijs-Roubaix U19. Voor de rest praktisch onverslaanbaar. Europees kampioen op de weg met bijna tien minuten (!) voorsprong op de nummer twee. En zowel de wereldtitel U19 pakken op de weg als in de tijdrit, ondanks alle druk op zijn schouders.

Ja, de 18-jarige Belg lijkt ’n speciale. In 2021 wil hij al een rol spelen in het eindklassement van een grote ronde. “Geel, roze en rood: dat zou nog goed passen in mijn kast”, zei hij na winst in Aubel-Thimister-Stavelot. Noem het onuitputtelijk zelfvertrouwen, noem het arrogant. Feit is dat de wielerwereld een toptalent én een flamboyante renner rijker is. Nu is het zaak aan Patrick Lefevere om zijn groeibriljant met beide benen op de grond te houden. Want – Evenepoel koerst pas ruim anderhalf jaar – wat als hij straks wél tegenstand krijgt en tactisch moet rijden?


4. flag-ch Marc Hirschi (20) – Sunweb

foto: Cor Vos 2018

Mocht Evenepoel de torenhoge verwachtingen niet waarmaken, dan zouden we de komende jaren weleens een strijd tussen Australië en Zwitserland kunnen zien. Stannard heeft namelijk een evenknie, misschien zelfs wel iemand die nóg iets getalenteerder is. Marc Hirschi is de naam, die net als Kanter door Sunweb is overgeheveld van de opleidingsploeg naar het WorldTour-team. De 20-jarige Zwitser is een echte allrounder, die vooral in het zware werk komt bovendrijven. Dat geldt zowel voor het rondewerk, als voor de lastigere eendagsklassiekers.

Na zijn ritoverwinning in de Istrian Spring Trophy, noteerde Hirschi een hele batterij aan ereplaatsen: zesde in de Ronde van Vlaanderen U23, vijfde in Luik-Bastenaken-Luik U23, vijfde in Eschborn-Frankfurt U23 en vierde tussen de profs in de Tour de l’Ain. Een beter voorbeeld van zijn veelzijdigheid – het zijn immers vier niet met elkaar te vergelijken wedstrijden – is er haast niet. Toen Hirschi vervolgens ook nog de koninginnenrit met aankomst bergop in de Vredeskoers won, was het hek helemaal van de dam. Hij werd er overigens derde in het eindklassement.

Half juli stond het EK in Tsjechië op het programma. Hirschi won er de wegwedstrijd, nadat hij een jaar eerder derde was op het vlakke parcours in Herning. Nadien werd hij tweede in de Tour Alsace, waar hij als tweede eindigde op La Planche des Belles Filles. Een dag later won hij op Station du Lac Blanc. Hirschi’s grootste triomf moest toen nog komen. Op het WK U23 liet hij niets aan het toeval over. Hij zocht veelvuldig de aanval en dat wierp zijn vruchten af: na een solo in de finale veroverde hij de regenboogtrui.


3. flag-it Matteo Moschetti (22) – Trek-Segafredo

foto: Marcel Koch

Nog voordat al het klassiekergeweld in volle hevigheid losbarstte, had Trek-Segafredo haar eerste slag op de transfermarkt al geslagen. Waar Matteo Moschetti in zijn eerste drie seizoenen als belofte totaal onzichtbaar was, besloot de Amerikaanse ploeg hem eind 2017 de kans te geven als stagiair. Een contract zat er voor de toen 21-jarige Italiaan niet in. Hij zou wel de kans krijgen in zijn laatste U23-jaar om toch de sprong te maken, want Alberto Contador en Ivan Basso namen Moschetti op in hun opleidingsploeg. Het bleek achteraf een gouden zet.

In de Vuelta a la Communitat Valenciana wist de Italiaan geen potten te breken. Hoe anders was dat toen hij in Turkije en Griekenland ging koersen. Daar bleek Moschetti namelijk ineens massasprints te kunnen winnen. In de Tour of Antalya was het twee keer raak, waarna hij tevens naar winst spurtte in Rhodes GP (1.2) en een ritzege boekte in de Tour of Rhodes (2.2). Toen de Italiaan eind maart ook in de Tour de Normandie twee massasprints op zijn naam schreef, was Trek-Segafredo er als de kippen bij om hem meteen een contractvoorstel voor 2019 te doen.

De Italiaan hapte vrijwel meteen toe. Hij won in april vervolgens de ZLM Tour U23, een Nation’s Cup-koers in Zeeland. Daarna stokte de productiviteit van Moschetti. Hij pikte in augustus weer aan in de Vuelta a Burgos, waar hij zijn eerste profzege binnenhaalde. In de lastige tweede rit mocht hij zijn handen in de lucht steken. Acht dagen later kon hij het aantal profoverwinningen al verdubbelen, toen hij Attillio Viviani (broertje van) en Manuel Belletti vloerde in de derde rit van de Ronde van Hongarije. Doet de volgende Italiaanse sprinttopper zich aan?


2. flag-si Tadej Pogačar (20) – UAE Emirates

foto: Jan Brychta/Vredeskoers 2018

Diverse WorldTour-teams wilden hem maar wat graag inlijven, maar toch was het UAE Emirates dat erin slaagde om hem vast te leggen. Zij zochten ruim anderhalf jaar geleden namelijk al contact met hem, waarna Tadej Pogačar er meteen van overtuigd was dat deze ploeg hem extra graag wilde hebben. Bahrain Merida, Jumbo-Visma en nog een aantal ploegen informeerden naar zijn diensten: allemaal te laat. Superscout Joxean Fernández – beter bekend onder zijn bijnaan Matxin – was hen te snel af. Tegenwoordig is hij teammanager van UAE Emirates.

De 20-jarige Sloveen komt als een van de grootste talenten over van de beloftencategorie. Hij behoort tot dezelfde generatie als Hirschi, Stannard en Osorio. Het kan heel goed zijn dat deze vier renners straks elkaars grootste concurrenten zijn in de strijd om eindzeges in grote rondes. Pogačar beschikt in ieder geval over een basis waarmee hij in het eerste halfjaar van 2018 op vrijwel ieder terrein goed presteerde. Zijn eerste overwinning liet echter wel op zich wachten. Maar dat was het waard, want zijn solo op de slotdag in de Vredeskoers was indrukwekkend.

Hij pakte daardoor ook de eindzege in de Nation’s Cup-koers. In de Ronde van Slovenië werd hij tussen de profs bovendien vierde, na Primož Roglič, Rigoberto Urán en Matej Mohorič. Zijn grootste triomf boekte hij in augustus. Na tien ritten bleek-ie de sterkste in de Ronde van de Toekomst. Dat belooft! “Extra druk geeft het niet”, zei hij onlangs in een interview met Rouleur. “Het geeft juist meer motivatie. Ik kijk ook tegen niemand op. Ik wil uitgroeien tot de beste versie van mezelf. Verliezen vind ik ook niet erg. Daar leer ik juist van en wil ik mezelf verbeteren zodat ik de volgende keer wel kan winnen. Mijn grootste angst is dat mijn ontwikkeling stokt.”


1. flag-nl Mathieu van der Poel (23) – Corendon-Circus

foto: ASO/Pauline Ballet

Hè? Wat doet Mathieu van der Poel nu in dit rijtje? Goede vraag, maar het antwoord is simpel: de 23-jarige Nederlands kampioen bij de elite is volgens de UCI-regels in 2019 én 2020 een neoprof. Zijn ploeg Corendon-Circus heeft namelijk dit seizoen voor het eerst een ProContinental-status. En dat betekent – hoe gek dat misschien ook mag klinken – dat Van der Poel komend seizoen een eerstejaarsprof op de weg is. Desondanks heeft hij natuurlijk zijn sporen meer dan verdiend, maar mikt hij in 2019 wél voor het eerst op grote wedstrijden.

Reden genoeg om hem op te nemen in dit lijstje. De cijfers van MvdP zijn indrukwekkend. Niet alleen wist hij al meer dan honderd elite-overwinningen te boeken in het veldrijden, ook op de weg zijn de toppers gewaarschuwd. Afgelopen seizoen kende Van der Poel dertien koersdagen op de weg. Daarin wist hij liefst zes keer te winnen, waaronder dus het NK op de weg. Ook op het Europees kampioenschap op de weg liet hij zich gelden. Na een afvallingskoers van 230 kilometer werd hij daar immers tweede achter Matteo Trentin, toch allesbehalve een koekenbakker.

Komend seizoen gaat Van der Poel met Corendon-Circus een aantal grote wedstrijden rijden. Onder meer de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race staan op zijn programma. Toch mikt het multitalent vooral op resultaat in de Brabantse Pijl, omdat hij zich nog moet bewijzen in de finales van de grote klassiekers. Mocht hij in dat laatste slagen, dan wacht in het najaar een op zijn maat gemaakt WK-parcours. Ja, die koers is ruim 280 kilometer lang. Maar Mathieu van der Poel zou Mathieu van der Poel niet zijn, als hij daar tegen alle verwachtingen in weet uit te pakken.


RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.