WK 2021: Voorbeschouwing wegwedstrijd mannen

WK 2021: Voorbeschouwing wegwedstrijd mannen

foto: Cor Vos

zondag 26 september 2021 om 12:30

Aankomende zondag krijgen we dan eindelijk een antwoord op de vraag: wie kroont zich tot de nieuwe wereldkampioen op de weg? In Leuven en omstreken strijden de beste renners ter wereld om een van de meest begeerde truien in het wielrennen. Wie is straks de opvolger van Julian Alaphilippe? Wout van Aert? Mathieu van der Poel? Een Deen? Of volgt Alaphilippe zichzelf ‘gewoon’ op? WielerFlits blikt uitgebreid vooruit!

Historie

‘We kwamen in de laatste rechte lijn van rechts. Geldermans aan kop en ik erachter. Ik schakel Foré en Simpson uit. Ik laat Gismondi zichzelf nog even uitputten en daarna geef ik een enorme ruk, zo’n honderd meter voor de finish. Gismondi herstelt zich. Vijftig meter voor het lint ben ik wereldkampioen. Wereldkampioen… Je gaat wereldkampioen worden… Je bent wereldkampioen! Die gedachten spookten een paar onvergetelijke momenten door mijn hoofd. Ik heb in mijn hele carrière nooit meer zo’n euforisch gevoel gekend.”* Aan het woord is André Darrigade, de wereldkampioen van 1959 in Zandvoort.

De Fransman, die inmiddels de gezegende leeftijd heeft bereikt van 92 jaar, was in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw misschien wel de beste sprinter van zijn generatie. Darrigade won in zijn carrière maar liefst 22 Touretappes, mocht twee keer de groene trui mee naar huis nemen, was succesvol in de Ronde van Lombardije, werd Frans kampioen, maar het kan niet tippen aan die ene dag in Zandvoort. Voor de man die tijdens zijn loopbaan liefkozend Dédé, Le Basque bondissant (de vliegende Bask) en l’homme avec les cent maillots (de man met de honderd truien) werd genoemd, is die wereldtitel het hoogtepunt uit zijn rijkgevulde loopbaan.

De verguisde Lance Armstrong werd in 1993 wereldkampioen in een zeiknat Oslo – foto: Cor Vos

Het onderstreept nog maar eens het belang van de wereldkampioenschappen wielrennen. Sommige renners jagen een ganse carrière op die felbegeerde hagelwitte trui met de blauw-rood-geel-groen-zwarte banen, maar het is niet voor iedereen weggelegd om wereldkampioen te worden. Roger De Vlaeminck? Won in zijn carrière nagenoeg alle denkbare klassiekers, maar veroverde als wegwielrenner nooit de wereldtitel. Sean Kelly? Op de erelijst van de Ier staan legio klassiekers, de Vuelta a España en zeven keer Parijs-Nice, maar Kelly werd nooit wereldkampioen. Een wereldtitel win je kortom niet op bestelling.

Voor het allereerste WK wielrennen moeten we terug naar 1921, naar het Deense Kopenhagen. Daar werd exact honderd jaar geleden voor het eerst een mondiale titelstrijd gehouden, maar toch beschouwen we het WK in Kopenhagen niet als startpunt. Waarom? De wedstrijd was toen enkel nog toegankelijk voor amateurs. De titel ging dat jaar – na een wedstrijd over 190 kilometer – naar de Zweed Gunnar Sköld, die drie jaar na zijn triomf ook mocht meedoen aan de Olympische Zomerspelen van 1924 in Parijs. Sköld besloot in 1925 te stoppen met fietsen, werd vicepresident van wielerploeg Uppsala CK en had later nog een eigen fietsenwinkel.

Het duurde na 1921 uiteindelijk nog zes jaar vooraleer een WK voor profwielrenners werd georganiseerd, maar met Alfredo Binda kreeg de organisatie wel meteen de gedroomde wereldkampioen. De Italiaan ontsnapte in de voorlaatste ronde in de WK-wedstrijd met aankomst op de Duitse Nürburgring en werd zo als eerste wielrenner in de geschiedenis in de regenboogtrui gestoken. Binda, die met vijf Girozeges razendpopulair werd in Italië en zo mede het pad wist te effenen voor latere grootheden als Gino Bartali en Fausto Coppi, werd vervolgens ook in 1930 (in Luik) en 1932 (Rome) wereldkampioen.

Verona 2004: Freire juicht, Zabel baalt – foto: Cor Vos

Binda was zo ook de eerste in een illuster rijtje van renners die erin slaagden om het wereldkampioenschap drie keer te winnen. Na de Italiaan volgden Rik Van Steenbergen (1949, 1956 en 1957) in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, Eddy Merckx (1967, 1971 en 1974), de Spaanse sprinter Óscar Freire (1999, 2001 en 2004) en de Slowaak Peter Sagan (2015, 2016 en 2017). Er waren ook meerdere renners die twee keer de wereldtitel wisten op te eisen. Denk aan Briek Schotte (1948 en 1950) Rik van Looy (1960 en 1961), Greg LeMond (1983 en 1989), Gianni Bugno (1991 en 1992) en Paolo Bettini in 2006 en 2007.

Als we een blik werpen op de erelijst, zien we dat België het vaakst een wereldkampioen wist af te leveren. Sinds de eerste editie in 1927 zagen we 26 Belgen er met de regenboogtrui vandoor gaan, met dank aan meervoudige winnaars als Merckx, Van Steenbergen, Schotte en Van Looy. Ook de Italianen (negentien keer goud) zijn traditioneel erg succesvol op WK’s, gevolgd door Frankrijk (negen keer) en Nederland, dat zeven keer op het hoogste schavotje stond. De laatste jaren zien we ook veel ‘niet-traditionele’ wielerlanden zegevieren in de wegwedstrijd. Denk aan Polen, Slowakije, Letland, Denemarken, Portugal en Australië.

Laatste tien winnaars flag-wc WK wielrennen
2020: flag-fr Julian Alaphilippe
2019: flag-dk Mads Pedersen
2018: flag-es Alejandro Valverde
2017: flag-sk Peter Sagan
2016: flag-sk Peter Sagan
2015: flag-sk Peter Sagan
2014: flag-pl Michał Kwiatkowski
2013: flag-pt Rui Costa
2012: flag-be Philippe Gilbert
2011: flag-gb Mark Cavendish

Bettini schreeuwt het uit na zijn tweede wereldtitel, Stuttgart 2007 – foto: Cor Vos

* Uit het boek De onsterfelijke wielerhelden.


Vorig jaar

Het Zwitserse Aigle was voor de UCI in 2020 de gedroomde uitvalsbasis voor de wereldkampioenschappen wielrennen. De handen werden geschud, de contracten waren ondertekend, maar toen brak de coronacrisis uit. Anno 2021 blijkt het in veel Europese landen geen probleem om wielerkoersen te organiseren, maar dat was vorig jaar nog wel anders. In Zwitserland golden in het najaar van 2020 strikte COVID19-maatregelen en waren grote evenementen, zoals een WK wielrennen, niet toegestaan. De UCI moest zo halsoverkop op zoek naar een nieuwe locatie voor de mondiale titelstrijd.

Wekenlang werd er vervolgens gespeculeerd. Toscane werd genoemd, Bretagne kwam in beeld, La Planche des Belles Filles ook. Zelfs de VAM-berg in Drenthe toonde even interesse, maar het werd Imola. De organisatie zocht naar een bergachtige omgeving waar een selectieve wedstrijd kon worden uitgetekend en de omgeving van het beroemde F1-circuit bleek aan deze eisen te voldoen. De titelstrijd speelde zich af op een lokaal circuit van 28,8 kilometer, dat de renners negen keer af moesten leggen, met de telkens terugkerende scherprechters Mazzolano en de Cima Gallisterna. Beklimmingen met stijgingspercentages van wel 14%.

De vroege vlucht in beeld – foto: Cor Vos

Ondanks de atypische aanloop richting het WK, werden we in de openingsuren getrakteerd op een standaard WK-verhaal. In de eerste ronde reed een kopgroep zonder grote namen weg. Jonas Koch (Duitsland), Torstein Træen (Noorwegen), Marco Friedrich (Oostenrijk), Daniil Fominykh (Kazachstan), Yukiya Arashiro (Japan), Eduard-Michael Grosu (Roemenië) en Ulises Alfredo Castillo (Mexico) vonden elkaar en pakten maximaal acht minuten voorsprong. Veel meer kregen de vluchters niet, ook al omdat Slovenië, Zwitserland en Denemarken niet van plan waren om lang te lanterfanten.

Vooraan bleven Koch en Træen het langst over, maar de Duitser en Noor werden op zeventig kilometer van de streep bedankt voor hun bewezen diensten. Vervolgens was het wachten op een aanval onder de favorieten, maar de toppers hielden hun kruit aanvankelijk droog. Frankrijk, dat met Julian Alaphilippe een duidelijke kopman in de rangen had, besloot het tempo te onderhouden bij het ingaan van de voorlaatste ronde. Tourwinnaar Tadej Pogačar kreeg op het circuit te maken met een lekke band, maar hij wist na een fietswissel snel terug te keren. België had op dat moment het commando overgenomen van de Fransen.

Alaphilippe rijdt weg op de laatste passage van Cima Gallisterna – foto: Cor Vos

Op de voorlaatste passage van de Cima Gallisterna (2,7 km aan 6,4% gemiddelde stijging) zagen we dan eindelijk een eerste échte aanval van een favoriet voor de wereldtitel. Het was Pogačar die op de flanken van de Gallisterna voor de aanval koos, maar de Sloveen kreeg niemand mee. De jonge klimmer wist in zijn eentje een tijdje voor een uitgedunde favorietengroep uit te rijden, maar werd op de Mazzolano (2,8 km aan 5,9%) overvleugeld door Tom Dumoulin, die even daarvoor uit de achtervolgende groep was weggesprongen. Maar ook de vluchtpoging van de Nederlander was geen lang leven beschoren.

Op de top van de Mazzolano besloot Vincenzo Nibali dan weer zijn kaarten op tafel te gooien en de ervaren Italiaan werd in zijn dadendrang vergezeld door Mikel Landa, Rigoberto Urán en een alerte Wout van Aert. Ook dit viertal kwam echter niet weg, waardoor dertig renners afstormden op de laatste klim van de dag. Op de laatste Cima Gallisterna moest de beslissing vallen en viel de wedstrijd ook in een definitieve plooi. Het bleek namelijk het uitgelezen moment voor Alaphilippe om zijn pijl af te schieten. Vlak onder de top plaatste de puncheur een splijtende demarrage op het steilste deel, waarop iedereen moest passen.

Juju heeft alle tijd om te genieten – foto: Cor Vos

De ontketende Alaphilippe sloeg direct een gat op vijf renners: Jakob Fuglsang, Michał Kwiatkowski, Van Aert, Marc Hirschi en Primož Roglič. De wereldtitel was echter nog niet binnen voor de koploper. Alaphilippe moest nog wel even acht vlakke kilometers afwerken vooraleer de streep in zicht was. Bij het aansnijden van de afdaling was het verschil tussen Alaphilippe en de vijf achtervolgers amper tien seconden, maar in de achtervolgende groep keek men vooral naar Van Aert. De Belg was op papier namelijk de snelste in de groep en moest het werk dus grotendeels alleen opknappen.

Van Aert kon Alaphilippe op bepaalde punten op het parcours zien rijden, maar het laatste gaatje dichten, dat zat er niet in voor de kopman van de Belgische brigade. Van Aert probeerde nog wel iedereen op één lijn te krijgen in de achtervolgende groep. Hirschi, Kwiatkowski en Fuglsang waren niet echt bereid om mee te rijden en ook Roglič, toch een ploegmakker van Van Aert bij Jumbo-Visma, was blijkbaar niet meer in staat om de Belg de helpende hand te bieden. Alaphilippe bleef zo buiten schot en kroonde zich oververdiend tot de eerste Franse wereldkampioen sinds Laurent Brochard in 1997.

De sprint van de achtervolgers werd eenvoudig gewonnen door Van Aert, die eerder in de week ook al tweede werd op het WK tijdrijden en zo zijn tweede zilveren medaille veroverde. Hirschi pakte het brons namens Zwitserland door Kwiatkowski nipt voor te blijven. Tom Dumoulin was de beste Nederlander, hij finishte net buiten de top-10 in een groep op 53 seconden van Alaphilippe. “Dit is een droom die uitkomt”, vertelde de Franse wereldkampioen na de finish. “Al enige tijd was ik heel dichtbij op WK’s, maar ik stond nog nooit op podium. Ik kwam naar hier met veel ambitie. Dit is echt een droomdag.”

Van Aert, Alaphilippe en Hirschi op het podium – foto: Cor Vos

Uitslag WK wielrennen 2020 – flag-it Imola
flag-nr1 flag-fr Julian Alaphilippe in 6u38m34s
flag-nr2 flag-be Wout van Aert op 24s
flag-nr3 flag-ch Marc Hirschi z.t.
4. flag-pl Michał Kwiatkowski z.t.
5. flag-dk Jakob Fuglsang z.t.
6. flag-si Primož Roglič z.t.
7. flag-au Michael Matthews +53s
8. flag-es Alejandro Valverde z.t.
9. flag-de Maximillian Schachmann z.t.
10. flag-it Damiano Caruso z.t.
14. flag-nl Tom Dumoulin z.t.
Volledige uitslag


Parcours

In Antwerpen beginnen de elitemannen op zondag 26 september aan de WK-wegrace van in totaal 268,3 kilometer. Op de Grote Markt van Antwerpen verzamelen de renners zich voor de start. Als het startschot heeft geklonken volgt er een korte neutralisatie voor de officiële start net buiten het centrum van Antwerpen. Dit is het begin van een wat langere, vlakke aanloopfase van 55 kilometer richting de eerste doorkomst in Leuven. Eenmaal aangekomen in Leuven draaien de renners een eerste van in totaal twee lokale omlopen op. Er volgt dan een eerste kennismaking met het zogeheten Leuven-circuit.

Het lokale circuit is in totaal 15,5 kilometer lang en voert kriskras door Leuven, de geboortestad van onder meer Jasper Stuyven, die er zondag bij is en ongetwijfeld zal worden aangemoedigd door vrienden, familie en bekenden. De omloop in studentenstad Leuven wordt gekruid door in totaal vier hellingen, met de Sint-Antoniusberg (230 meter aan 5,5%, maximaal 11%), Keizersberg (290 meter aan 6,6%, maximaal 9%), Decouxlaan (975 meter aan 2,5%, maximaal 6%) en de Wijnpers (360 meter aan 7,9%, maximaal 9%). Na anderhalve keer het Leuven-circuit steken de renners door naar de tweede lokale omloop.

Van het Leuven-circuit gaat het naar het zogeheten Flandrien-circuit in en rond Overijse, waar traditioneel de beslissing valt in de Brabantse Pijl. Enkele hellingen die we de laatste jaren kennen uit deze Belgische semiklassieker, treffen de renners zondag ook weer op hun pad. Met een lengte van 32 kilometer en een opeenvolging van zes korte en vooral nijdige klimmetjes zal het Flandrien-circuit een zeer pittig intermezzo vormen. Wellicht is dit een ideaal punt voor een sterke kopgroep om zich af te scheiden van het peloton om zo de landen, die een topfavoriet in de gelederen hebben, onder druk te zetten.

Met de Smeysberg (700 meter aan 8,8%, maximaal 16%), de met kasseien bezegelde Moskesstraat (550 meter aan 8%, maximaal 16%), de S-bocht in het centrum van Overijse (738 meter aan 5,5%, maximaal 18,3%) in combinatie met de Taymansstraat, de steile en smalle Bekestraat (439 meter aan 7,7%, maximaal 15%), de Veeweidestraat (484 meter aan 5,2%, maximaal 12%) en een tweede passage van de Smeysberg staat de renners het nodige te wachten. Na een eerste passage over het Flandrien-circuit trekken de renners weer naar Leuven voor vier rondes over het gelijknamige Leuven-circuit.

Vervolgens gaat het voor een tweede en laatste keer naar Overijse om nog één keer het Flandrien-circuit, met dus opnieuw passages over onder meer de Smeysberg en de Moskesstraat, af te werken. De renners bevinden zich hierna op net iets minder dan veertig kilometer van de finish. Zit het venijn hem in de staart? Daar lijkt het wel op, met nog eens 2,5 ronden over het Leuven-circuit. Dit betekent dat de renners in de finale zich nog een laatste keer over de Keizersberg, Decouxlaan, Wijnpers en Sint-Antoniusberg moeten zien te hijsen. Opgeteld komen we aan liefst 42 hellingen en 2.562 hoogtemeters.

De top van de laatste helling van de dag, de Sint-Antoniusberg (een smal klimmetje over een met tegels en kasseien bezaaide weg), ligt op amper 1,7 kilometer van de finish. Dit kan als een laatste springplank dienen naar eeuwige roem. Mochten we na ruim 260 kilometer en 42 hellingen toch een sprint krijgen met een – al dan niet omvangrijke – groep, dan is het van belang om goed te timen. De aankomst van de wegrit ligt, na een korte afdaling van de Naamsestraat richting Leuvense Ring, namelijk op de vervelend hellende Geldenaaksevest. Door het constante gewriemel is goed positioneren van cruciaal belang.

Volgens thuisrenner Stuyven kunnen we de komende wegwedstrijd zien als een kruising tussen de Ronde van Vlaanderen en Brabantse Pijl. “Er is niet echt één breekpunt waar het zal gebeuren, maar de constante opeenvolging van kaskes én smalle baantjes zullen voor veel nervositeit zorgen. Het kan overal en nergens gebeuren, en niet iedereen kan dat gewriemel urenlang overleven. Heel veel hangt af van de manier waarop er gekoerst zal worden, én van het weer. Bij slecht weer wordt de koers sowieso lastig en als dan een paar landen mee de boel willen laten ontploffen, dan wordt het een afvallingsrace”, tekent hij op in wielermagazine Bahamontes.

Zondag 26 september, Antwerpen – Leuven (268,3 km)
Geneutraliseerde start: 10.25 uur
Officiële Start: 10.40 uur
Finish: tussen 16.46 en 17.22 uur
Hoogtemeters: 2.562


Favorieten

Na zijn indrukwekkende prestaties van de afgelopen weken heeft Wout van Aert zichzelf opgeworpen als topfavoriet voor de wereldtitel. Dat wil echter geenszins zeggen dat de Belg zondagmiddag ook met de regenboogtrui om zijn schouders kan genieten van de Brabançonne. Het komt wel vaker voor dat een topfavoriet ten onder gaat aan de druk of op de dag zelf zijn meerdere moet erkennen in een medefavoriet of outsider. Daarnaast mogen we niet vergeten dat de concurrentie stevig is en er veel sterke machtsblokken zijn. Italië, om maar een land te noemen. En wat dan te denken van de Deense selectie?

Maar het staat buiten kijf dat thuisland België beschikt over de grote favoriet voor de wereldtitel. Na indrukwekkende prestaties in de Tour de France, op de Olympische Spelen en in de Tour of Britain zullen de ogen gericht zijn op Wout van Aert, de alleskunner uit Herentals. Van Aert heeft de luxe dat hij op meerdere manieren kan winnen. Na een lastige koers heeft Van Aert een sprint om u tegen te zeggen, maar op een goede dag kan de hardrijder ook een sterke solo uit zijn benen persen. Van Aert kan zich met andere woorden flexibel opstellen tijdens de koers, maar dit kan tegelijkertijd ook een probleem vormen.

Wout van Aert is de grote favoriet, maar kan hij het ook afmaken? – foto: Cor Vos

Wie is er namelijk bereid om met de Belgische kopman naar de streep te rijden? En welke keuzes worden er gemaakt binnen het Belgische kamp, mocht in de finale blijken dat Van Aert vleuggellam is door toedoen van de concurrentie? Het is niet dat bondscoach Sven Vanthourenhout uitsluitend de kaart-Van Aert kan trekken. Met Remco Evenepoel, Jasper Stuyven, Yves Lampaert en wellicht ook Tiesj Benoot beschikt de keuzeheer over meerdere kleppers die, al dan niet met een beetje geluk, wereldkampioen kunnen worden. Toch start de Belgische brigade met een duidelijk wedstrijdplan, zo liet Vanthourenhout verstaan.

De Belgen starten met één duidelijke kopman, Van Aert, wat inhoudt dat renners als Evenepoel en Stuyven in dienst zullen rijden. Toch sluiten we niet uit dat Van Aert zodanig zal worden geschaduwd, dat Vanthourenhout zal moeten overschakelen op plan-B. We verwachten stiekem dan ook het nodige van Evenepoel. De Belg is duidelijk in goede doen, wat hij afgelopen zondag nog liet zien met brons op het WK tijdrijden, en kan de tegenstand onder druk zetten met een aanval van ver. En als Evenepoel op pakweg zeventig kilometer van de streep besluit om er alleen vandoor te gaan, wie gaat hem dan halen?

Van Aert is dus de uitgesproken kopman van de Belgen, terwijl Evenepoel als ultieme joker kan worden uitgespeeld. Uit de woorden van Vanthourenhout blijkt echter ook dat hij wel wat verwacht van Stuyven, die als Leuvenaar een thuiswedstrijd zal betwisten. De klassiekerspecialist kan wellicht meeschuiven in een groepje en is dan in een sprint verre van kansloos. “Jasper kan lange afstanden aan en heeft kwaliteiten. Hij is zeer intelligent in de koers en kan in de wedstrijd mee beslissingen nemen. We zien hem het liefst zo ver mogelijk komen”, schetste de bondscoach enkele dagen voor de start.

Trentin en Colbrelli voeren de Italiaanse selectie aan – foto: Cor Vos

Er zal met name worden gekeken naar de Belgische ploeg, maar er staan nog meer sterke blokken aan het vertrek. We denken dan meteen aan Italië. De selectie van bondscoach Davide Cassani is gebouwd rond Sonny Colbrelli, die in de vorm van zijn leven verkeert. De Italiaan heeft al de Europese titel op zak, maar dit is misschien wel hét moment om ook eens wereldkampioen te worden. De zeer sterke sprinter, die in aanloop naar het WK ook tweede werd in de Coppa Sabatini en de Memorial Marco Pantani wist te winnen, kan na een afvallingskoers vaak nog rekenen op een uitmuntende sprint.

Colbrelli is niet de enige sprinter binnen de Italiaanse selectie, want ook Matteo Trentin en Davide Ballerini geven straks acte de présence. Trentin is een vaste waarde binnen de Squadra Azzurra en was twee jaar geleden in Yorkshire al dicht bij de wereldtitel. Trentin moest toen verrassend genoeg het hoofd buigen voor de snellere Mads Pedersen en dus heeft de ervaren renner nog een appeltje te schillen op het WK. Ook Giacomo Nizzolo is een eventuele troefkaart, mocht het WK uitdraaien op een wat grotere groepssprint. Diego Ulissi, Andrea Bagioli en Gianni Moscon zijn dan weer gevaarlijke klanten in een eventuele ontsnapping.

Van der Poel (rechts) is het grote enigma – foto: Cor Vos

En dan over naar het Nederlands kamp. Het was de afgelopen weken een hoofdpijndossier: de rug van Mathieu van der Poel. Lange tijd was het onzeker of Van der Poel überhaupt wel op tijd fit zou geraken voor het WK, maar na enkele goede trainingsweken en testwedstrijden in België kwam er eerder deze week groen licht. Van der Poel is in staat om mee te doen aan de mondiale titelstrijd en zal, ondanks een verre van vlekkeloze voorbereiding, hoog op de favorietenlijstjes staan. We hebben het immers over Mathieu van der Poel, een rastalent in optima forma die in Leuven bovendien een ideaal WK-parcours treft.

Koos Moerenhout, de bondscoach van de Nederlandse selectie, probeerde in aanloop naar het WK de verwachtingen te temperen. De oud-renner sprak over een ‘niet ideale aanloop’ richting het WK. “Zijn vormpeil is niet ideaal, maar zeker ook niet slecht. Maar het feit dat hij rijdt, dat gaat hij niet voor niets doen. Of hij ook zou starten als hij niet het gevoel zou hebben dat hij niet zou kunnen meedoen om de medailles? Dat denk ik niet”, aldus Moerenhout. We verwachten Van der Poel, gebrekkige voorbereiding of niet, gewoon vooraan in de strijd. In de koersen voor het WK liet hij namelijk weer mooie dingen zien.

Van der Poel is kortom de absolute blikvanger binnen de Nederlandse selectie, die verder nog bestaat uit Dylan van Baarle, Bauke Mollema, Mike Teunissen, Sebastian Langeveld, Oscar Riesebeek, Danny van Poppel en Pascal Eenkhoorn. Moerenhout over zijn achtkoppige selectie: “Met Mathieu hebben we een potentiële winnaar in de ploeg. Zonder Mathieu hebben we nog steeds een sterk team, maar zijn we echte outsiders.” Met Teunissen en Van Poppel beschikt Moerenhout wel over twee rappe mannen die wellicht, maar dan moet wel alles meezitten, kunnen sprinten om de wereldtitel.

Michael Valgren is net op tijd in topvorm – foto: Cor Vos

Met België, Italië en Frankrijk (daarover later meer) staan er meerdere sterke machtsblokken aan de start, maar ook de Deense bondscoach zit met een waar luxeprobleem. Als we de achtkoppige selectie ontleden, kunnen we misschien wel vijf potentiële winnaars aanwijzen. Kasper Asgreen komt zeker in aanmerking voor de wereldtitel. De oersterke hardrijder was in het voorjaar een van de smaakmakers met winst in de E3 Saxo Bank Classic en de Ronde van Vlaanderen. In de E3 rondde hij een korte solo af, in Vlaanderen was hij na een slopende wedstrijd niemand minder dan Mathieu van der Poel de baas in de sprint.

Asgreen liet in het voorjaar zien dat hij op verschillende manieren kan winnen en dat maakt van hem een zeer gevaarlijke klant. Dat het met de vorm wel snor zit, liet hij zien op het WK tijdrijden. Asgreen eindigde als vierde en strandde slechts op enkele seconden van het podium. Met Magnus Cort en Mads Pedersen, de wereldkampioen van Yorkshire, beschikt Denemarken over nog twee potentiële afmakers. Helemaal als de koers uitdraait op een sprint met een grotere groep. Cort liet in de voorbije Vuelta a España zelfs zien dat hij op allerlei manieren kan triomferen, terwijl de onberekenbare Pedersen dagen heeft waarop hij boven zichzelf kan uitstijgen.

En wat mogen we verwachten van Michael Valgren en Mikkel Frølich Honoré? Valgren maakte in de weken voor het WK indruk door met verve de Giro della Toscana en de Coppa Sabatini te winnen en is een kampioenschapsrenner. In 2018 werd hij op het WK in Innsbruck zevende, in Yorkshire kwam Valgren als zesde over de streep en vorig jaar in Imola viel hij met een elfde plek net buiten de top-10. Ook Honoré is al weken goed op dreef. Derde in de Clásica San Sebastián, vijfde in de Ronde van Polen, tweede in de Druivenkoers, derde in de Bretagne Classic en vierde in de Tour of Britain én de Primus Classic… Het zijn geen misselijke uitslagen.

Kan Julian Alaphilippe zichzelf opvolgen? – foto: Cor Vos

Heel wat favorieten zijn inmiddels de revue gepasseerd, maar we hebben het nog niet eens gehad over de man die zijn titel zal proberen te verdedigen. Julian Alaphilippe voert een sterke Franse selectie aan. De explosieve rasaanvaller liet in de weken voorafgaand aan het WK mooie uitslagen optekenen. Alaphilippe werd tweede in de Bretagne Classic en derde in de Tour of Britain, maar winnen was er niet bij. Nu hoeft dat niet veel te zeggen, aangezien hij vorig jaar een gelijkaardige voorbereiding kende richting de wereldkampioenschappen in Imola. En we weten allemaal hoe dat toen is afgelopen…

Alaphilippe is niet de enige Fransman met WK-ambities. Benoît Cosnefroy, die ook in een uitstekende vorm steekt, doet in veel opzichten een beetje denken aan Alaphilippe. Cosnefroy zal graag met een klein groepje naar de streep willen rijden om vervolgens zijn explosiviteit uit te spelen. Christophe Laporte zal gokken op een groepsspurt, al hoopt de aanwinst van Jumbo-Visma stiekem op een wat zwaardere wedstrijd. Ook Florian Sénéchal is een gevaarlijke klant als er gesprint moet worden. En wat kan Anthony Turgis? En wat mogen we verwachten van Arnaud Démare, intrinsiek de snelste renner aan de kant van de Fransen?

Schrijft Peter Sagan zondag geschiedenis? – foto: Cor Vos

Bij traditionele wielerblokken als België, Italië en Frankrijk is de keuze reuze, maar bij een land als Slowakije is de rolverdeling duidelijk. Peter Sagan is daar de onbetwiste leider en de 31-jarige renner kan zondag geschiedenis schrijven door als eerste man voor een vierde keer de regenboogtrui te veroveren. Waar Sagan enkele jaren geleden steevast als eerste werd genoemd in de voorbeschouwingen, is dat tegenwoordig niet meer het geval. Toch mogen we een kampioen als Sagan nooit uitvlakken. Als er iemand als een duveltje uit een doosje naar de wereldtitel kan sprinten, is het wel ‘Peter de Grote’. Remember Bergen?

Onze laatste ster gaat naar een man, die ongetwijfeld bezig is aan het beste seizoen uit zijn carrière. Matej Mohorič is al sinds de Tour in uitstekende doen en dit is misschien wel hét jaar voor Mohorič om te oogsten met een wereldtitel. De Sloveen heeft wel behoefte aan een zware koers en zal wellicht alleen moeten aankomen. Maar als iemand in staat is om een lange solo af te ronden, dan is het wel Mohorič. Hij kan de eerste renner in de geschiedenis zijn die de regenboogtrui veroverde bij de junioren (2012), de beloften (2013) en de profs (2021?). De Sloveense selectie oogt op het eerste gezicht ijzersterk, met naast Mohorič ook nog Tourwinnaar Tadej Pogačar, Vuelta-triomfator Primož Roglič, sprinter Luka Mezgec en hardrijder Jan Tratnik.

Wie er straks met de wereldtitel vandoor gaat, valt nauwelijks te voorspellen, maar zeker is dat we een interessante koers mogen verwachten. We sluiten ook niet uit dat een outsider straks aan het langste eind trekt. Alhoewel, kunnen we Tom Pidcock en Ethan Hayter scharen onder de outsiders? In topvorm is Pidcock altijd een van de topfavorieten voor de wereldtitel, maar volgens de Britse bondscoach Matt Brammeier verkeert Pidcock – na een toch wel moeizame vuurdoop in de Vuelta – niet in zijn allerbeste vorm. Horen we hier de waarheid? Of is het poging om een rookgordijn op te trekken?

Wat goed is komt snel, of komt het WK toch nog iets te vroeg voor Hayter? – foto: Cor Vos

Hayter is dit seizoen, net als zijn landgenoot Pidcock, een van de revelaties, maar heeft nog maar weinig ervaring met koersen boven de 250 kilometer. Gaat hij dit straks voelen in het laatste koersuur? Ook Mark Cavendish, Ben Swift en Connor Swift maken deel uit van de Britse selectie, maar we verwachten niet meteen dat ze aan het einde zullen (mee)sprinten om een medaille, laat staan de wereldtitel. Bij Ierland, dat overigens niet tot het Verenigd-Koninkrijk behoort, treffen we niet meteen een schaduwfavoriet. Sam Bennett was voorzien voor het WK, maar besloot zich in extremis af te melden.

En wat met de Duitsers? Die Mannschaft heeft niet meteen een topfavoriet in de rangen, maar wellicht kunnen Nils Politt, Pascal Ackermann en John Degenkolb verrassend uit de hoek komen. Politt heeft baat bij een wat zwaardere koers, Ackermannn en Degenkolb kunnen dan weer hun slag slaan mocht het lang gesloten blijven. In voorgaande WK’s was Spanje ook een land om rekening mee te houden, maar de gouden generatie heeft inmiddels afscheid genomen en de laatste der Mohikanen, Alejandro Valverde, is er niet bij vanwege een sleutelbeenbreuk. Het zal nu vooral moeten komen van sprinter Iván García en puncheur Alex Aranburu.

Australië verschijnt zondag met een deftige ploeg aan de start, maar hebben de Aussies ook een echte afmaker in huis? Normaal is Michael Matthews de man die het moet doen in een sprint, maar Bling heeft al een tijdje niet meer gewonnen. Matthews is ook dit jaar weer de regelmaat zelve, maar winnen blijkt o zo moeilijk voor hem. Australië doet er wellicht goed aan om mannen als Luke Durbridge, Nick Schultz en Harry Sweeny in de aanval te sturen, om zo het geluk wat meer af te dwingen. Of herrijst Caleb Ewan als een feniks uit zijn as? De razendsnelle Ewan kwam in de Ronde van Luxemburg geen poot vooruit, maar kan ook zomaar verrassen. Denk maar eens terug aan Milaan-San Remo dit voorjaar.

Michael Matthews is altijd een renner om rekening mee te houden – foto: Cor Vos

Bij de Noren zullen ze ongetwijfeld op twee gedachten hinken. Met Sven Erik Bystrøm, Odd Christian Eiking en Rasmus Tiller kunnen ze resoluut op de aanval mikken, maar Alexander Kristoff is op papier de grootste kanshebber voor de overwinning. De sterke Noor, die vier jaar geleden een banddikte tekort kwam voor de wereldtitel in eigen land, is de laatste weken prima op dreef en heeft in het verleden al laten zien te kunnen overleven op een Flandrien-parcours. De Polen hopen dan weer op een uitschieter van Michał Kwiatkowski, Zdeněk Štybar kan wellicht iets bewerkstelligen namens de Tsjechen.

Portugal brengt met João Almeida een man-in-vorm aan de start die wellicht een bondgenoot kan zijn voor renners die een sprint willen ontlopen. Denk aan de Kazachse kopman Alexey Lutsenko en de Zwitserse troeven Marc Hirschi en Stefan Küng. Tot slot willen we nog twee landen uitlichten. Bij de Verenigde Staten ontbreekt een duidelijke kopman, maar met renners als Neilson Powless, Quinn Simmons en Lawson Craddock is het wel mogelijk om de koers vroeg open te breken. Colombia rekent dan weer op een mix van snelle mannen, denk aan Fernando Gaviria en Juan Sebastián Molano, en meer pure klimmers als Esteban Chaves en Rigoberto Urán.


Favorieten volgens WielerFlits
**** Wout van Aert
*** Sonny Colbrelli, Mathieu van der Poel
** Julian Alaphilippe, Magnus Cort, Matej Mohorič
* Kasper Asgreen, Michael Valgren, Peter Sagan, Remco Evenepoel

Website organisatie
Deelnemerslijst (WielerFlits)


Weer en TV

Met de opeenvolging van hellingen belooft het sowieso een zware wedstrijd te worden, al sluiten we een sprint met een grote groep niet uit. In Leuven en omstreken is het de hele week prettig nazomer-weer en ook op zondag zal het zonnetje schijnen. De gemiddelde temperatuur schommelt rond de twintig graden Celsius, de kans op buien is niet al te groot. De wind waait matig tot zwak vanuit het zuidwesten.

De wegwedstrijd voor de elitemannen zal live te bewonderen zijn via de NOS, Eurosport 1 en Sporza. Eurosport en Sporza zijn er al live bij van bij de start om 10.40 uur, de NOS schakelt wat later in voor de mondiale titelstrijd. WielerFlits komt zondag uiteraard ook met een eigen liveblog, waar we met de laatste updates komen vanuit België.


Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.