Johan Bruyneel: “Mark Cavendish tekent een van de grootste verrijzenissen”
woensdag 7 juli 2021 om 08:00

Johan Bruyneel: “Mark Cavendish tekent een van de grootste verrijzenissen”

Opinie Wie had er gedacht dat Mark Cavendish na tien Tour-ritten al drie overwinningen achter zijn naam heeft staan? Ik denk dat ‘Cav’ hier heel wat mensen inclusief zichzelf aan het verbazen is. Ik kan genieten hoe zo’n grote kampioen na vier moeizame jaren weer terug op de troon zit.

De nieuwe Tourspecial van RIDE Magazine is een must-have voor echte wielerfans! Onze nieuwe 236 pagina’s dikke zomer-editie is de meest complete Tourgids van deze zomer en staat vol met schitterende wielerverhalen over o.a. Tadej Pogacar, Remco Evenepoel, Fabio Jakobsen, Gio Lippens, Christian Prudhomme en Charlotte Kool. Verzeker je van een heerlijke sportzomer en bestel hem nu online voor slechts € 9,95. Wil je RIDE extra voordelig ontvangen? Neem dan nu een abonnement en ontvang 20% korting!

Het is ook een beloning voor het vertrouwen dat teambaas Patrick Lefevere hem heeft gegeven. Hij heeft hem niet alleen de kans weer gegeven, maar er ook voor gezorgd dat iedereen in zijn ploeg weer in Cavendish is gaan geloven. Voor een minimumcontract rijdt hij in de kleuren bij Deceuninck-Quick-Step. Eerlijk gezegd ben ik erg benieuwd hoe zijn bonusregeling is. Wanneer hij vorig jaar bij Lefevere voorstelde om een miljoen euro te krijgen voor drie ritzeges in de Tour, dan denk ik dat Lefevere die verbintenis meteen met beide handen heeft ondertekend.

Cavendish zei het in Valence na de finish mooi: ‘Eigenlijk hoef ik maar 150 meter per dag echt te fietsen. Voor de rest zit ik gewoon in het wiel van mijn ploegmaten.’ Natuurlijk is het niet zo simpel en is dit een zwaar gechargeerde uitspraak. Maar het aandeel van de ploeg in de successen van Cavendish is wel héél groot. Het was in de Drôme een fascinerend gevecht voor alle andere ploegen om hun sprinter in het wiel van Cavendish te krijgen. Niemand kon tot naast de imponerende, blauwe trein komen. Mattia Cattaneo, een ongekend sterke Kasper Asgreen, Davide Ballerini en de beste lead-out van het peloton Michael Mørkøv. Wat een dreamteam!

Vertrouwen
Al die jongens stralen vanaf de eerste dag in de Tour vertrouwen richting Cavendish uit. Je voelt aan alles dat ze overtuigd zijn dat hun sprinter het gaat afmaken. De emoties en de blijdschap van en richting Cavendish na zijn eerste ritzege vorige week dinsdag in Fougères was oprecht. Die omhelzingen waren geen show. Ze willen hier echt samen en voor elkaar winnen.

Wat Cavendish in deze Tour laat zien is zeker niet eenvoudig. Natuurlijk kun je zeggen dat Caleb Ewan en Tim Merlier al naar huis zijn. Dat Pascal Ackermann, Sam Bennett, Dylan Groenewegen en Fabio Jakobsen er niet zijn. Maar daar kan Cavendish niks aan doen. Hij weet hier wel te winnen tegen alle andere rappe mannen die op het hoofdpodium van de sprinters present zijn.

Afgelopen zondag in de Alpenrit naar Tignes moest hij tot het uiterste gaan om binnen de tijdslimiet te finishen in deze gevaarlijke rit. Na een rustdag blijkt hij genoeg hersteld te zijn om weer voluit te sprinten.

Aerodynamisch
Als je die sprint van Valence met de vaste camera van voren bekijkt, dan zie je hoe klein hij zich weer kan maken. Zeker als je dat vergelijkt met de houding van Wout van Aert en ook enigszins van Jasper Philipsen. Hij kan weer in zijn aerodynamische houding naar voren sprinten zoals in zijn beste jaren. De mindere luchtweerstand tegenover Van Aert is dan zo enorm dat het voor de Belgische kampioen bijna een onmogelijke opgave is om ‘Cav’ te kloppen.

We zijn hier getuige van een grote verrijzenis. En het toont nogmaals dat grote kampioenen als ze eenmaal terug op hun niveau komen, nooit afgeschreven mogen worden. Ik vind het ook een bewijs hoe belangrijk het mentale aspect in de wielersport is. Wat er tussen de oren zit, dat bepaalt alles.

Inmiddels heeft Cavendish in zijn rijke loopbaan al 33 ritten in de Tour gewonnen. Hij is er nog eentje verwijderd van het record van Eddy Merckx. Normaal gesproken gaat hij dit de komende weken evenaren. Er zijn nog drie of vier sprintersritten. En tot dusver heeft de ‘Man Express’ in deze Tour nog geen sprint verloren. In de eerste sprintersrit kwam hij immers door de valpartijen niet aan sprinten toe.

Ben O’Connor
Een renner die ook mijn aandacht heeft gewonnen is Ben O’Connor. Dankzij zijn schitterende ritzege in Tignes staat hij inmiddels tweede in het klassement op 2’01 van Tadej Pogacar. Die overwinning sprak mij aan. Ten eerste zat hij niet in de eerste vluchtersgroep maar heeft zich later vanuit de tweede groep naar voren gereden. En uiteindelijk op de slotklim naar Tignes, nadat hij de hele dag onder erbarmelijke weersomstandigheden van voren heeft gereden, blijkt hij slechts twee minuten te verliezen op Pogacar.

De prestaties van O’Connor zijn dit hele jaar al opmerkelijk. Achtste in de Dauphiné, zesde in Romandië en twaalfde in Parijs-Nice, terwijl hij vorig jaar al een zware bergrit in de Giro d’Italia won. Deze 25-jarige Australiër is in mijn ogen een serieuze kandidaat voor het podium. Zijn prestatie in Tignes bewijst dat hij in een heel goede vorm is. Daarbij heeft hij nog een goede tijdrit in zijn benen, wat een wapen is om zijn plek op de voorlaatste dag van deze Tour te verdedigen. Ik denk dat een paar ploegen nog wel spijt gaan krijgen dat ze hem deze vrijheid hebben gegeven.

Energie sparen
Natuurlijk is hij geen bedreiging voor Pogacar. De Sloveen heeft in de Alpen aangetoond op eenzame hoogte te staan. Als hij niet met zijn krachten gaat woekeren en gekke dingen gaat doen, dan kan hij deze Tour de France niet meer verliezen. Bij INEOS Grenadiers wijzen ze nog naar de Giro d’Italia van 2018 waar Simon Yates in de roze leiderstrui op een dag meer dan dertig minuten verloor. Dat vind ik geen vergelijking, want Yates had in het grote rondewerk veel minder bewezen. En vooral, hij is in die Giro ook heel onstuimig met zijn krachten omgegaan.

Op de klim naar Tignes zag ik bij Pogacar al dat hij met zijn verstand koerst. Dat hij weet dat daar waar het mogelijk is, hij energie moet sparen. We moeten er wel rekening mee houden dat het twee dagen in de Alpen beestachtig slecht weer was. En we weten inmiddels dat Pogacar onder slechtte weersomstandigheden heel goed uit de voeten kan. Dat is een zeer sterk punt van hem.

Hoe hij met de hitte kan omgaan, daar hebben we nog niet zoveel referentiepunten voor. Op de Mont Ventoux wordt verwacht dat de thermometer al naar de dertig graden Celsius oploopt. Dat valt nog mee. Heter kan het in de Pyreneeën worden. Maar ik denk dat niks of niemand deze heerser van de Tour uit evenwicht kan brengen. In deze topvorm kan hij alles aan.

RIDE Magazine

Om te reageren moet je ingelogd zijn.