Mathieu van der Poel grote favoriet in BinckBank Tour: “Denk dat ik topvorm beet heb”

Mathieu van der Poel grote favoriet in BinckBank Tour: “Denk dat ik topvorm beet heb”

foto: Cor Vos

maandag 28 september 2020 om 20:15

Mathieu van der Poel is klaar voor de BinckBank Tour en al wat daar op volgt: Brabantse Pijl, Amstel Gold Race, Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. “Ik heb op stage in Livigno de laatste hand aan mijn voorbereiding gelegd. Vanaf deze BinckBank Tour wil ik oogsten. Ik denk dat ik mijn topvorm beet heb.”

Na Tirreno-Adriatico reisde de kopman van Alpecin-Fenix rechtstreeks door naar Livigno voor een tiendaagse stage. Vorige donderdag keerde Van der Poel terug naar huis, morgen start hij als topfavoriet in de BinckBank Tour. Aan de vooravond ervan stond hij – samen met ploegmaat Dries De Bondt – de pers te woord in het gemeentehuis van Blankenberge. Corona-proof.

Laten we starten met een onvermijdelijke vraag, Mathieu. Heb je zondag het WK gezien en hoe heb je dat ervaren?
“Ik heb gekeken, ja. En vastgesteld dat ik een goede beslissing genomen heb door niet naar Imola af te reizen. Misschien dat ik mits een superdag had meegekund in dat eerste peloton, maar als je de zes namen ziet die na dat laatste klimmetje voorop reden… Ik denk niet dat ik daarbij was geweest.”

Dat je er niet bij was, zie je met andere woorden niet als een inschattingsfout? 
“Nee, zeker niet. Als renner moet je nu eenmaal keuzes maken. Ik was nog niet super voor ik naar Livigno afreisde. Dus was die stage belangrijker om de komende drie, vier weken top te zijn. Nu heb ik die trainingen kunnen afwerken zonder met dat WK in het achterhoofd te zitten. Trouwens, Alaphilippe is een waardige wereldkampioen. Ik gun het hem ontzettend.”

Wat dat vormpeil betreft voor de afreis naar Livigno: je won wel het NK en een rit in de Tirreno. Er zijn er die minder goed doen.
“Dat klopt. Maar het was gewoon minder dan vorig jaar. Minder dan ik zelf gehoopt had ook. Vooral van dat Italiaanse blok in augustus had ik meer verwacht. Blijkbaar moet er toch een en ander fout zijn gelopen in die corona-periode…”

Wat dan?
“Ik denk dat ik teveel heb gedaan. Ik bleef te gemotiveerd om te koersen. Op training probeerde ik dat gebrek aan koersritme op te vangen door harder te rijden. Ik had het ook niet gemakkelijk, als ik eerlijk ben. De voorbije jaren was ik heel het jaar door bezig. Veldrijden, op de weg, mountainbiken. Plots viel alles weg. Het was allemaal niet zo evident.”

“Maar op het NK was het al goed en ook tijdens Tirreno Adriatico voelde ik de vorm alleen maar beter worden, wat resulteerde in ritwinst. En na mijn stage moet ik nu écht top zijn voor wat komen moet: deze BinckBank Tour, Brabantse Pijl, Amstel Gold Race, Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Als ik een van deze kan winnen, praten we meteen heel anders over mijn seizoen.”

Waarom verkies je eigenlijk de BinckBank Tour boven de Waalse klassiekers?
“Daar hebben we goed over nagedacht. We denken dat dit een betere voorbereiding is op de klassiekers. Vooral omdat het een meerdaagse wedstrijd betreft. Die extra kilometers zijn altijd een meerwaarde.”

Je wordt als topfavoriet beschouwd…
Lachend: “Ik topfavoriet? Dat wist ik niet. Nee, die eindzege speelt uiteraard in mijn achterhoofd. Als ploeg proberen we sowieso voor ritwinst te gaan. In de twee sprintetappes met Tim Merlier, in de twee zwaardere ritten die over het eindklassement gaan beslissen wil ik zelf scoren.”

“Maar een niet te onderschatten factor is de tijdrit van woensdag in Vlissingen. Ik weet, in het verleden bleven de verschillen daarin beperkt. Het is ook maar elf kilometer. Maar als je wil meedoen voor het eindklassement, rijd je toch maar beter een goede tijd. Ik ben er ook mee bezig: in Livigno heb ik een aantal keer op de tijdritfiets getraind. Ik reed ook al een tijdrit in de Tirreno en je merkt snel dat het lang geleden is.”

Wie zie jij als je voornaamste concurrenten op eindwinst?
“Huh… Sorry, ik heb de deelnemerslijst absoluut nog niet bestudeerd. Die moet ik nog eens goed bekijken.”

Even over de twee sprintetappes, dinsdag en donderdag. Jij maakt deel uit van de lead-out voor Tim Merlier?
“Ja hoor, samen met Jonas Rickaert. Ik vind dat gewoon heel leuk. En zeker voor Tim. Ik ben overtuigd dat hij een van de snelste sprinters van de wereld is. Alleen gelooft hij dat zelf nog niet altijd. Maar ik heb wel een groot vertrouwen in hem en ik merkte in de Tirreno dat hij mij ook steeds meer vertrouwt daarin. Het was wat wennen. We zijn nog niet helemaal op elkaar ingespeeld, maar het gaat steeds beter. Trouwens, als je mee werkt in die sprinttrein, blijf je zelf ook uit de gevarenzone.”

Binnen vier weken zit jouw wegseizoen erop. Heb je al nagedacht over de winterperiode?
“Ja. Een beetje toch. Jammer dat het mountainbike-seizoen volledig is weggevallen. Dat is een grote opdoffer. Dan werk je al die tijd aan die positie, zit je eindelijk goed op de fiets… Dan valt alles weg. Hopelijk kan ik volgend jaar de draad weer opnemen zonder te veel aanpassingsproblemen.”

“Maar deze winter duik ik opnieuw het veld in. Het management werkt momenteel aan mijn kalender, maar wellicht begin ik half december in Antwerpen. Voor een reeks van tien, vijftien crossen, afhankelijk van wat er van de kalender overblijft uiteraard. Het zal eerder tien zijn.”


Dit artikel delen:

Reactie plaatsen

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.